Aanvullend pensioen blijft in Spanje achter: slechts 27% van de bedrijven biedt een regeling

19 6

In Spanje biedt maar een beperkt deel van de bedrijven een aanvullend pensioen aan werknemers. Slechts 27% van de Spaanse ondernemingen heeft een vorm van extra pensioenopbouw bovenop het wettelijke staatspensioen. Dat percentage is al jarenlang vrijwel onveranderd.

Daarmee blijft Spanje duidelijk achter bij veel andere Europese landen. Voor veel werknemers betekent dit dat zij later vooral afhankelijk zijn van het publieke pensioenstelsel en eventueel eigen spaargeld. Door de vergrijzing en de druk op de overheidsfinanciën kan dat op termijn leiden tot een groter verschil tussen het laatste salaris en het inkomen na pensionering.

Wat is aanvullend pensioen?

Het gaat om aanvullende pensioenregelingen die via de werkgever worden opgebouwd. In Spanje wordt dit vaak aangeduid als previsión social complementaria. Dit kan bijvoorbeeld gaan om een bedrijfspensioenplan of een andere vorm van collectief sparen voor later.

Zo’n regeling komt bovenop het gewone Spaanse staatspensioen. In landen waar dit beter ontwikkeld is, vormt het aanvullende pensioen een belangrijke tweede pijler naast het publieke pensioen. In Spanje is die tweede pijler nog relatief zwak.

Grote verschillen per sector

Niet elke sector doet het even slecht. Vooral de financiële sector loopt voorop. Daar biedt ruim 61% van de bedrijven een pensioenregeling aan. Ook de energiesector en de chemische en farmaceutische industrie scoren hoger dan gemiddeld.

In andere sectoren blijft het juist sterk achter. Transport, logistiek en industrie behoren tot de branches waar aanvullende pensioenregelingen het minst voorkomen. Daardoor hangt de kans op extra pensioenopbouw sterk af van de sector waarin iemand werkt.

Waarom is dit belangrijk?

De Spaanse bevolking vergrijst snel. Dat betekent dat er in de toekomst meer gepensioneerden zijn, terwijl het aantal werkenden relatief kleiner wordt. Hierdoor komt het publieke pensioenstelsel onder druk te staan.

Als werknemers daarnaast nauwelijks via hun werkgever aanvullend pensioen opbouwen, kan hun inkomen na pensionering flink lager uitvallen dan zij gewend waren tijdens hun werkzame leven. Dat maakt financiële planning voor later steeds belangrijker.

Bedrijven vragen om betere prikkels

Volgens het onderzoek vinden veel bedrijven dat de huidige stimulansen onvoldoende zijn. Bijna de helft van de ondervraagde leidinggevenden pleit voor betere fiscale voordelen. Ook wordt genoemd dat werknemers meer uitleg nodig hebben over pensioen, sparen en financiële planning.

Een deel van het probleem is dat pensioen voor veel werknemers pas laat belangrijk wordt. Toch is juist vroeg beginnen met opbouwen belangrijk, omdat kleine bedragen over een lange periode veel meer effect kunnen hebben.

Wat betekent dit voor Nederlanders en Belgen die in Spanje werken?

Wie in Spanje werkt en sociale premies betaalt, bouwt rechten op binnen het Spaanse systeem. Voor mensen die eerder in Nederland of België hebben gewerkt, tellen opgebouwde jaren binnen Europa onder voorwaarden mee bij de berekening van pensioenrechten.

Toch is het belangrijk om niet alleen naar het wettelijke pensioen te kijken. Wie in Spanje woont en werkt, doet er goed aan om te controleren of de werkgever een aanvullende regeling biedt. Is dat niet zo, dan kan eigen pensioenopbouw of privévermogen een grotere rol gaan spelen.

Conclusie

Aanvullend pensioen via de werkgever is in Spanje nog lang niet vanzelfsprekend. Slechts 27% van de bedrijven biedt zo’n regeling aan, en dat aandeel staat al jaren stil.

Door de vergrijzing, de druk op het staatspensioen en de beperkte opbouw via werkgevers kan de pensioenkloof in Spanje groter worden. Voor werknemers betekent dit dat financiële voorbereiding op de oude dag steeds belangrijker wordt, zeker als zij niet kunnen rekenen op een aanvullend pensioen via hun werkgever.

Vergelijkbare berichten