Hoe rijk zijn de Spanjaarden eigenlijk? De rijkste 10% bezit meer dan de helft van al het vermogen

Hoe rijk zijn de Spanjaarden eigenlijk De rijkste 10 bezit meer dan de helft van al het vermogen

Spaanse huishoudens bezitten samen een enorm vermogen, maar dat geld en bezit is zeer ongelijk verdeeld. De rijkste 10 procent van de huishoudens bezit ruim de helft van al het nettovermogen in Spanje, terwijl de onderste helft samen nog geen 9 procent bezit.

Volgens cijfers van de Europese Centrale Bank bedroeg het gezamenlijke nettovermogen van Spaanse huishoudens eind 2025 ongeveer €9,45 biljoen.

Onder nettovermogen vallen onder andere woningen, ander vastgoed, spaargeld, beleggingen en ondernemingsvermogen, verminderd met schulden zoals hypotheken en leningen.

Gemiddeld bijna €478.000 per huishouden

Spanje telt bijna 20 miljoen huishoudens. Als je het totale vermogen simpelweg door alle huishoudens deelt, kom je uit op gemiddeld ongeveer:

€478.000 nettovermogen per huishouden.

Dat bedrag geeft echter een vertekend beeld, omdat zeer vermogende huishoudens het gemiddelde sterk omhoog trekken.

De mediaan geeft daarom een realistischer beeld van het doorsnee Spaanse huishouden.

Het mediane nettovermogen bedroeg eind 2025 volgens de ECB ongeveer:

€231.500 per huishouden.

Dat betekent dat de ene helft van de Spaanse huishoudens minder dan dat bedrag bezit en de andere helft meer.

De rijkste 10% bezit meer dan de overige 90%

De verdeling van het Spaanse vermogen laat grote verschillen zien.

Groep Aandeel van al het vermogen
Onderste 50% 8,68%
Middengroep 50–90% 37,83%
Rijkste 10% 53,49%

De rijkste 10 procent bezit daarmee dus meer vermogen dan de overige 90 procent van de Spaanse huishoudens samen.

Omgerekend naar het totale Spaanse huishoudvermogen gaat het bij de rijkste 10 procent om ongeveer:

€5,05 biljoen.

De onderste helft van alle huishoudens bezit gezamenlijk ongeveer:

€820 miljard.

De rijkste 5% bezit al ruim 41%

Ook binnen de rijkste groep zelf zijn de verschillen groot.

De rijkste 5 procent van de Spaanse huishoudens bezit ongeveer 41,6 procent van al het nettovermogen.

Dat komt neer op ongeveer:

€3,93 biljoen.

De rijkste 5 procent bezit daarmee bijna vijf keer zoveel vermogen als de volledige onderste helft van Spanje, terwijl die onderste groep tien keer zoveel huishoudens telt.

Hoeveel vermogen heb je nodig om tot de rijkste 10% te behoren?

Uit de uitgebreide vermogensenquête van de Banco de España blijkt dat de grens voor de rijkste 10 procent in 2022 rond de:

€662.000 nettovermogen per huishouden

lag.

Dat bedrag moet wel voorzichtig worden geïnterpreteerd. Sinds 2022 zijn huizenprijzen en andere vermogensbestanddelen veranderd, waardoor de actuele grens inmiddels hoger kan liggen.

Toch geeft het een goede indruk van de orde van grootte.

Wie bijvoorbeeld een afbetaalde woning bezit met een waarde van €500.000, daarnaast €100.000 spaargeld en €80.000 aan beleggingen heeft, komt al snel in de buurt van zo’n vermogensniveau.

Vastgoed bepaalt een groot deel van het Spaanse vermogen

Dat de vermogens in Spanje relatief hoog zijn, heeft veel te maken met vastgoed.

De eigen woning speelt in Spanje traditioneel een belangrijke rol bij vermogensopbouw. Veel Spaanse huishoudens wonen in een koopwoning die gedeeltelijk of volledig is afbetaald.

Daardoor kan iemand op papier behoorlijk vermogend zijn zonder veel geld op de bank te hebben.

Een huishouden met bijvoorbeeld:

  • een woning van €300.000

  • €30.000 spaargeld

  • €10.000 beleggingen

  • en nog €90.000 hypotheekschuld

heeft een nettovermogen van ongeveer:

€250.000.

Dat betekent niet dat die €250.000 direct beschikbaar is. Een groot deel zit immers vast in de woning.

Jongere Spanjaarden bouwen minder snel vermogen op

De vermogensverschillen lopen ook tussen generaties op.

Volgens de Banco de España bezitten jongere generaties op dezelfde leeftijd minder vaak een koopwoning dan eerdere generaties.

Dat is belangrijk, omdat juist vastgoed een groot deel van de Spaanse vermogensopbouw bepaalt.

Hogere huizenprijzen, moeilijkere toegang tot hypotheken en stijgende woonlasten maken het voor jongere huishoudens lastiger om hetzelfde vermogen op te bouwen als hun ouders en grootouders.

Vermogen is iets anders dan inkomen

Een hoog vermogen betekent bovendien niet automatisch een hoog inkomen.

Een gepensioneerde Spanjaard kan bijvoorbeeld in een volledig afbetaalde woning van €350.000 wonen, maar maandelijks slechts een bescheiden pensioen ontvangen.

Andersom kan iemand met een hoog salaris maar zonder eigen woning en met schulden juist een relatief laag nettovermogen hebben.

Daarom zeggen vermogenscijfers vooral iets over wat huishoudens bezitten, niet direct over hoeveel geld zij iedere maand kunnen uitgeven.

De Spaanse vermogensverdeling in het kort

De belangrijkste cijfers:

  • totaal nettovermogen Spaanse huishoudens: ongeveer €9,45 biljoen

  • gemiddeld per huishouden: ongeveer €478.000

  • mediaan per huishouden: ongeveer €231.500

  • onderste 50% bezit: 8,68%

  • rijkste 10% bezit: 53,49%

  • rijkste 5% bezit: 41,57%

  • grens rijkste 10% in 2022: ongeveer €662.000 nettovermogen

Spanje heeft dus een groot particulier vermogen, vooral dankzij vastgoed. Maar achter die hoge gemiddelden gaat een forse ongelijkheid schuil.

Een relatief kleine groep bezit het grootste deel van de Spaanse rijkdom, terwijl de onderste helft van de huishoudens samen minder dan 9 procent van het totale vermogen in handen heeft.

Bronnen: Europese Centrale Bank, Banco de España, INE en FEDEA.

Vergelijkbare berichten