Belastingdienst “eet” bijna de helft van de pensioensverhoging – wat pensioenontvangers écht overhouden

De pensioenstijging die de Spaanse regering voor 2026 heeft doorgevoerd komt bruto gezien uit op ongeveer +2,7 %, in lijn met de inflatie en eerdere toezeggingen. Dit betekent voor veel gepensioneerden een verhoging van hun bruto-inkomen met enkele tientallen euro’s per maand.
Maar in de praktijk blijft een aanzienlijk deel van die verhoging niet in handen van de gepensioneerden. Omdat het extra bedrag gewoon wordt belast via de inkomstenbelasting (IRPF), haalt de Spaanse Belastingdienst (Hacienda) tussen ruim 30 % en 43 % van de pensioensverhoging weg voordat de netto-betalingen worden ontvangen.
Wat gebeurt er precies?
-
Een gemiddelde pensioenontvanger met een contributief pensioen rond de €1.630 bruto per maand (ongeveer €1.260 netto) ziet zijn jaarpension met circa €440 omhoog. Maar hiervan blijft netto slechts ongeveer €250–€270 per jaar over nadat IRPF-inhoudingen zijn toegepast.
-
Voor lagere pensioenen (circa €18.000–€26.000 per jaar) kan het effect nog sterker zijn: Hacienda absorbeert in sommige gevallen tot ongeveer 40 %–43 % van het bruto-verhogingsbedrag.
Hoe kan dat?
De winst voor de Staat komt vooral doordat:
-
De pensioensverhoging meetelt voor de IRPF: de extra euro’s worden gezien als belastbaar inkomen.
-
Door de progressieve belastingtarieven kan een kleine bruto-verhoging ervoor zorgen dat iemand in een hogere belastingschijf valt, waardoor er relatief meer belasting wordt ingehouden.
Reacties en kritiek
Hoewel de regering stelt dat gepensioneerden door de verhoging hun koopkracht behouden, tonen verschillende fiscale analyses aan dat het netto-effect voor veel gepensioneerden veel kleiner uitvalt dan de aangekondigde +2,7 % suggereert.
De discussie is onderdeel van een breder debat in Spanje over pensioenhervormingen, fiscale druk en de houdbaarheid van het sociale stelsel in de context van vergrijzing en stijgende kosten.
