De laatste traditionele schoenmakers van Tenerife

12

In een klein atelier van amper tien vierkante meter in La Orotava lijkt de tijd te hebben stilgestaan. De geur van leer, oude machines, stapels schoenen, gereedschap, riemen, tassen, mallen en half afgemaakte reparaties vullen de ruimte. Alles ademt ambacht. Geen strak ingerichte winkel, geen moderne keten, maar een werkplaats zoals die vroeger in bijna elk dorp te vinden was.

Hier werken twee broers die tot de laatste traditionele schoenmakers van Tenerife behoren. Niet als romantisch beroep uit nostalgie, maar als dagelijks vak. Ze repareren schoenen, tassen, riemen, laarzen, ritsen, zolen, stiksels en leren onderdelen. Alles met de hand, met oude machines en vooral met jarenlange ervaring.

Hun vader opende de werkplaats in 1951, in dezelfde kleine ruimte waar zij nu nog altijd werken. Destijds waren er alleen al in La Orotava tientallen traditionele schoenmakers. Op heel Tenerife waren het er nog veel meer. Nu zijn er bijna geen meer over.

Dat maakt hun werk bijzonder, maar ook kwetsbaar.

Want het oude vak van de schoenmaker verdwijnt langzaam. Niet omdat er geen werk is, want mensen komen nog steeds binnen met kapotte schoenen, gescheurde tassen of versleten zolen. Maar omdat bijna niemand het vak nog wil of kan leren. Er zijn nauwelijks jonge opvolgers, geen duidelijke opleidingen en weinig ondersteuning om dit soort ambachten door te geven.

Volgens de broers kun je van dit werk niet rijk worden, maar je kunt er wel waardig van leven. Dat blijkt ook uit de dagelijkse drukte in hun atelier. Klanten komen binnen met schoenen onder de arm, riemen in de hand of tassen waarvan de rits het heeft begeven. Sommigen wachten rustig op hun beurt, alsof dit kleine atelier nog altijd een vanzelfsprekend onderdeel van het dorp is.

Toch is de wereld om hen heen volledig veranderd.

Waar mensen vroeger hun schoenen lieten herstellen, kopen ze nu vaak gewoon een nieuw paar. Goedkope schoenen uit massaproductie maken repareren minder vanzelfsprekend. Een kapotte zool, los stiksel of versleten neus wordt sneller gezien als reden om iets weg te gooien. Dat is goedkoper, sneller en makkelijker. Maar het betekent ook dat kennis, vakmanschap en duurzaamheid verdwijnen.

In deze werkplaats gebeurt juist het tegenovergestelde. Hier krijgt een schoen een tweede leven. Een tas wordt niet weggegooid, maar hersteld. Een riem wordt aangepast. Een oude leren accessoire wordt opnieuw bruikbaar gemaakt. Het is praktisch werk, maar tegelijk ook een vorm van verzet tegen de wegwerpcultuur.

Het atelier zelf is bijna een museum zonder dat het zo bedoeld is. Aan de muren hangen oude foto’s, diploma’s, religieuze programma’s en herinneringen uit La Orotava. Aan het plafond hangen traditionele manden en voorwerpen. Op de planken liggen schoenen, sporttennis, leren tassen, gespen, stukken leer en gereedschap dat al jarenlang meegaat. Alles lijkt door elkaar te liggen, maar de broers weten meestal precies waar ze moeten zijn.

Hun dagen bestaan uit lijmen, naaien, schuren, snijden, passen en herstellen. Soms gaat het om kleine reparaties van een paar euro, soms om ingewikkelder werk waarbij oude technieken nodig zijn. Vooral rond lokale feesten krijgen ze extra opdrachten, bijvoorbeeld voor onderdelen van traditionele kleding, leren beenstukken of accessoires die bij feestkleding horen.

Ze werken met een vast ritme. Doordeweeks lange dagen, op zaterdag nog een halve dag. Minder uren dan vroeger, toen het vak soms twaalf uur per dag vroeg, maar nog altijd genoeg om te laten zien dat dit geen hobby is. Het is een leven.

Wat hen zorgen baart, is niet alleen hun eigen toekomst, maar vooral de toekomst van het ambacht. Zodra zij stoppen, is de kans groot dat het traditionele schoenmakersvak op Tenerife nog verder verdwijnt. Er zijn wel mensen geweest die interesse hadden om het te leren, maar in de praktijk is dat lastig. Opleiden kost tijd, geld en ruimte. En in zo’n kleine werkplaats, met klanten die blijven komen, is het bijna onmogelijk om iemand rustig vanaf nul op te leiden.

Dat is het pijnlijke aan veel oude beroepen. Iedereen vindt het jammer als ze verdwijnen, maar bijna niemand weet hoe je ze moet behouden.

De broers vergelijken hun werk met andere ambachten die langzaam verdwijnen, zoals smeden, mandenmakers of leerbewerkers. Beroepen die ooit onmisbaar waren, maar door moderne productie en veranderende gewoonten naar de achtergrond zijn verdwenen.

Toch zit er in hun verhaal ook iets hoopvols. Zolang er mensen zijn die hun schoenen laten repareren in plaats van weggooien, zolang er klanten binnenkomen met een tas, riem of paar laarzen dat nog niet afgeschreven is, blijft het vak bestaan.

Misschien niet groot. Misschien niet modern. Maar wel echt.

In een tijd waarin alles snel, goedkoop en vervangbaar lijkt, herinnert deze kleine werkplaats in La Orotava eraan dat herstellen ook waarde heeft. Dat vakmanschap tijd kost. En dat een goed gerepareerd paar schoenen soms meer karakter heeft dan iets nieuws uit de winkel.

Tenerife verliest langzaam een oud beroep, maar zolang deze twee broers hun machines laten draaien, blijft een stukje geschiedenis nog gewoon in gebruik. Niet achter glas, maar tussen leer, lijm, draad en de geur van een werkplaats waar de tijd nog niet helemaal heeft gewonnen.

Vergelijkbare berichten