EU geeft groen licht voor terugkeercentra buiten Europa, Spanje stemt tegen

De Europese Unie heeft definitief ingestemd met nieuwe regels waardoor EU-landen mensen die geen recht meer hebben om in de EU te verblijven onder bepaalde voorwaarden kunnen overbrengen naar zogenoemde ‘return hubs’ in landen buiten de Europese Unie.
De EU-ministers van Binnenlandse Zaken gaven op 1 oktober 2026 hun definitieve goedkeuring aan de nieuwe Return Regulation. Spanje stemde tegen en België onthield zich van stemming. De overige lidstaten steunden de regeling.
Wat zijn ‘return hubs’?
De nieuwe regels maken het mogelijk dat een EU-lidstaat een overeenkomst sluit met een land buiten de Europese Unie om daar een terugkeercentrum op te zetten.
Daarheen kunnen onder voorwaarden mensen worden gebracht die geen rechtmatig verblijf meer hebben in de EU en tegen wie al een terugkeerbesluit is genomen.
Het gaat dus niet automatisch om iedereen die asiel aanvraagt of illegaal de EU binnenkomt. Er moet sprake zijn van iemand die volgens de geldende procedure geen recht heeft om in de Europese Unie te blijven.
Niet ieder willekeurig land mag zo’n centrum krijgen
Een EU-land kan niet zomaar besluiten mensen naar ieder willekeurig derde land te sturen.
Er moet een overeenkomst of regeling bestaan met het betreffende land. Dat land moet volgens de nieuwe Europese regels internationale mensenrechtennormen naleven, waaronder het principe van non-refoulement. Dat betekent dat iemand niet mag worden teruggestuurd naar een land waar die persoon bijvoorbeeld gevaar loopt op vervolging, marteling of een andere ernstige schending van zijn rechten.
Niet-begeleide minderjarigen zijn uitgesloten van plaatsing in dergelijke terugkeercentra.
Spanje stemt als enige tegen
Spanje heeft zich gedurende de onderhandelingen verzet tegen het onderdeel over de buitenlandse terugkeercentra.
Minister van Binnenlandse Zaken Fernando Grande-Marlaska heeft namens de Spaanse regering vraagtekens gezet bij zowel de juridische basis als de proportionaliteit ervan. Spanje vreest volgens de minister dat onvoldoende kan worden gegarandeerd dat de rechten van mensen die naar dergelijke centra worden gestuurd worden beschermd.
Tijdens de definitieve behandeling op 1 oktober stemde Spanje tegen. België onthield zich, terwijl de andere lidstaten instemden.
De Spaanse regering heeft eerder bovendien laten weten zelf geen gebruik te willen maken van return hubs in derde landen bij haar migratiebeleid.
Spanje is niet tegen terugkeer op zichzelf
Het Spaanse verzet richt zich specifiek tegen de centra buiten de EU en niet tegen het terugsturen van mensen die geen verblijfsrecht hebben.
Grande-Marlaska heeft juist herhaaldelijk gepleit voor snellere procedures om mensen zonder verblijfsrecht terug te laten keren. De Spaanse regering wil dat volgens eigen verklaringen wel doen binnen procedures waarin de juridische en mensenrechtelijke waarborgen behouden blijven.
EU wil meer terugkeerbesluiten daadwerkelijk uitvoeren
De Europese Commissie en de Raad wijzen erop dat een groot deel van de mensen die officieel opdracht krijgen de EU te verlaten uiteindelijk niet daadwerkelijk vertrekt.
Volgens de Europese Commissie steeg het aandeel uitgevoerde terugkeerbesluiten in 2025 tot ongeveer 28 procent. Dat betekent dat nog altijd ruim twee derde niet daadwerkelijk werd uitgevoerd.
De nieuwe verordening moet daarom één gemeenschappelijk Europees systeem creëren.
Ook strengere verplichtingen voor mensen die moeten vertrekken
De regeling gaat veel verder dan alleen de buitenlandse centra.
Mensen die geen recht hebben om in de EU te blijven, worden verplicht met de autoriteiten mee te werken aan hun terugkeer. Wie dat niet doet, kan afhankelijk van de nationale wetgeving te maken krijgen met maatregelen zoals:
-
vermindering van bepaalde uitkeringen of voorzieningen;
-
verlies van financiële prikkels voor vrijwillig vertrek;
-
geldboetes;
-
in bepaalde landen strafrechtelijke sancties.
Ook kunnen autoriteiten maatregelen opleggen om te voorkomen dat iemand verdwijnt, zoals een meldplicht of de verplichting op een bepaalde locatie te verblijven.
Extra strenge regels bij veiligheidsrisico
Voor mensen die als veiligheidsrisico worden beschouwd, kunnen strengere regels gelden.
Zo kan onder bepaalde omstandigheden een langdurig of zelfs onbeperkt inreisverbod worden opgelegd. Ook kan de detentieperiode in zulke gevallen volgens de nieuwe regeling langer dan 24 maanden duren, mits dit juridisch gerechtvaardigd en proportioneel is.
Juist deze langere detentiemogelijkheden waren een van de punten waarop de Spaanse regering kritiek heeft geuit.
Vijf landen willen in 2027 eerste centrum gebruiken
Los van de Europese wetgeving werken Duitsland, Nederland, Oostenrijk, Denemarken en Griekenland inmiddels gezamenlijk aan een concreet model voor zo’n return hub.
De vijf landen willen overeenkomsten sluiten met één of meer landen buiten de EU en hebben aangegeven vanaf 2027 de eerste mensen naar zo’n centrum te willen kunnen overbrengen.
Er wordt vooral gesproken over een locatie in Afrika. Griekenland heeft gemeld dat er al een mogelijk partnerland is geselecteerd, maar de naam daarvan is niet officieel bekendgemaakt.
Nieuwe regels zijn vrijwel rond
Het Europees Parlement stemde op 17 juni 2026 al in met de overeenkomst: 418 Europarlementariërs stemden voor, 218 tegen en 30 onthielden zich.
Met de definitieve goedkeuring door de Raad op 1 oktober is de wetgevingsprocedure afgerond. De verordening wordt nu gepubliceerd in het Publicatieblad van de Europese Unie en treedt de dag daarna formeel in werking.
De bepalingen die het mogelijk maken om return hubs op te zetten kunnen vervolgens direct worden toegepast. Voor een aantal andere onderdelen krijgen de EU-landen een overgangsperiode van twaalf maanden.
Spanje hoeft zelf geen terugkeercentrum te gebruiken
De goedkeuring betekent niet dat er automatisch door de EU één groot deportatiecentrum in Afrika wordt gebouwd.
De nieuwe wet creëert vooral het juridische kader waarmee afzonderlijke EU-landen of groepen lidstaten dergelijke afspraken met derde landen kunnen maken. Een lidstaat is niet verplicht zelf een return hub te gebruiken.
Spanje heeft al aangegeven dat het die mogelijkheid onder het huidige regeringsbeleid niet wil inzetten. Andere landen, waaronder Nederland, Duitsland, Denemarken, Oostenrijk en Griekenland, werken juist aan concrete plannen om er vanaf 2027 gebruik van te maken.
