Huizen in Spanje blijven goedkoper dan in Nederland en België, maar het verschil wordt kleiner

Een woning kopen in Spanje is gemiddeld nog altijd goedkoper dan in Nederland en België. Toch verandert de markt snel. De huizenprijzen in Spanje stijgen namelijk harder dan in veel andere Europese landen, waardoor het prijsvoordeel voor buitenlandse kopers langzaam kleiner wordt.
In Nederland ligt de gemiddelde WOZ-waarde van een woning inmiddels rond de 439.000 euro. Dat is een flinke stijging ten opzichte van een jaar eerder. In België ligt de gemiddelde woningprijs lager, rond de 359.000 euro. Spanje blijft daar met een gemiddelde woningprijs van ongeveer 276.000 euro nog duidelijk onder.
Voor Nederlanders en Belgen die dromen van een huis onder de Spaanse zon lijkt Spanje daardoor nog steeds aantrekkelijk. Vooral wanneer men kijkt naar het landelijke gemiddelde, biedt Spanje op papier meer woning voor hetzelfde geld.
Spanje is goedkoper, maar niet overal
Het gemiddelde bedrag zegt echter niet alles. De populaire regio’s aan de Spaanse kust zijn vaak veel duurder dan het landelijke gemiddelde. Vooral plaatsen aan de Middellandse Zee, op de Balearen en in bekende expatregio’s trekken veel buitenlandse kopers aan. Daardoor liggen de prijzen daar aanzienlijk hoger.
Wie bijvoorbeeld zoekt in toeristische kustplaatsen of populaire villawijken, komt al snel uit op bedragen die dichter bij Nederlandse of Belgische prijzen liggen. In sommige gebieden zijn woningen zelfs alleen nog bereikbaar voor kopers met een ruim budget.
Het echte prijsvoordeel zit daarom steeds vaker in het binnenland. Daar zijn nog altijd huizen te vinden voor veel lagere bedragen, soms zelfs onder de 100.000 euro. Wel betekent dat vaak dat men verder van de kust, grote steden en internationale voorzieningen woont.
Spaanse huizenprijzen stijgen snel
Hoewel Spanje gemiddeld nog goedkoper is, stijgen de prijzen daar stevig. Vooral bestaande woningen zijn het afgelopen jaar flink duurder geworden. De vraag blijft groot, terwijl het aanbod beperkt is. Dat zorgt voor druk op de markt.
Nieuwbouw blijft achter, vergunningstrajecten duren lang en in populaire regio’s is weinig ruimte beschikbaar. Tegelijkertijd blijft Spanje aantrekkelijk voor buitenlandse kopers, investeerders, gepensioneerden en mensen die op zoek zijn naar een tweede woning.
Door die combinatie stijgen de prijzen vooral in steden, kustgebieden en toeristische regio’s snel door.
Nederland en België blijven duurder
In Nederland zijn woningen gemiddeld nog altijd het duurst van de drie landen. Vooral in provincies als Utrecht en in populaire gemeenten liggen de gemiddelde woningwaarden zeer hoog. Ook in België zijn de regionale verschillen groot. Vlaanderen is duurder dan Wallonië en in Brussel liggen de prijzen vaak nog veel hoger.
Toch stijgen de prijzen in Spanje momenteel sneller. Daardoor kan het verschil tussen Spanje, Nederland en België de komende jaren verder afnemen.
Wat betekent dit voor kopers?
Voor Nederlanders en Belgen blijft Spanje interessant, vooral wanneer zij met overwaarde, spaargeld of een hoger buitenlands inkomen kopen. In veel Spaanse regio’s krijgen zij nog steeds meer ruimte, zon en woonkwaliteit voor hun geld dan in eigen land.
Maar wie denkt dat Spanje overal goedkoop is, kan bedrogen uitkomen. Aan de kust en in populaire regio’s zijn de prijzen inmiddels fors gestegen. Wie echt betaalbaar wil kopen, moet breder kijken dan alleen de bekende kustplaatsen.
Conclusie
Spanje blijft gemiddeld goedkoper dan Nederland en België, maar het verschil wordt kleiner. Vooral door de snelle prijsstijgingen in Spanje, het tekort aan woningen en de grote vraag in populaire regio’s wordt betaalbaar kopen steeds lastiger.
Voor kopers uit Nederland en België liggen de beste kansen nog steeds in minder toeristische gebieden, kleinere steden en het Spaanse binnenland. Wie aan de kust wil kopen, moet rekening houden met een markt die steeds dichter tegen West-Europese prijzen aan schuift.
