Huizenprijzen stijgen hard, maar nieuwbouw blijft achter

De huizenprijzen in Spanje zijn de afgelopen vijf jaar met ongeveer 40 procent gestegen. Toch blijkt het voor projectontwikkelaars en bouwbedrijven steeds minder aantrekkelijk om nieuwe woningen te bouwen. Die tegenstelling zorgt voor extra spanning op een woningmarkt die al onder druk staat.
Volgens recente cijfers is de vraag naar woningen sterk toegenomen, mede door bevolkingsgroei, buitenlandse kopers en een tekort aan beschikbare huizen. Tegelijkertijd blijft het aanbod van nieuwbouw achter. De belangrijkste reden: de kosten voor bouwen zijn fors gestegen, terwijl de winstmarges onder druk staan.
Materialen zoals staal, beton en hout zijn de afgelopen jaren duurder geworden, net als energie en transport. Daarnaast hebben bouwbedrijven te maken met hogere loonkosten en strengere regelgeving op het gebied van duurzaamheid, vergunningen en ruimtelijke ordening. Al deze factoren maken nieuwbouwprojecten complexer en financieel risicovoller.
In veel gevallen is de verkoopprijs van een nieuwe woning onvoldoende om de gestegen kosten volledig te compenseren. Hierdoor stellen ontwikkelaars projecten uit of kiezen zij ervoor helemaal niet te bouwen. Vooral betaalbare woningen voor starters en middeninkomens blijven daardoor schaars.
Experts waarschuwen dat deze situatie de woningcrisis verder kan verergeren. Zolang bouwen niet rendabeler wordt, zal het aanbod de vraag niet kunnen bijbenen en blijven prijzen hoog. Dat raakt niet alleen Spaanse huishoudens, maar ook mensen die zich in Spanje willen vestigen voor werk of emigratie.
Om de impasse te doorbreken pleiten deskundigen voor snellere vergunningprocedures, lagere fiscale lasten op nieuwbouw en gerichte steun voor betaalbare woningprojecten. Zonder ingrijpen dreigt de kloof tussen stijgende huizenprijzen en achterblijvende bouwproductie alleen maar groter te worden.
