Slangen in Spanje: hoeveel soorten zijn er en welke zijn giftig?

Wie in Spanje woont, wandelt of regelmatig in de natuur komt, kan vroeg of laat een slang tegenkomen. Vooral in het voorjaar en de zomer worden ze actiever. Toch is er weinig reden voor paniek: de overgrote meerderheid van de Spaanse slangen is niet gevaarlijk voor mensen.
Volgens de Asociación Herpetológica Española leven er in Spanje 14 verschillende slangensoorten. Daarvan behoren er elf tot de groep die we meestal als ringslangen en andere ‘culebras’ aanduiden en drie tot de adders. In oudere publicaties wordt soms nog over dertien soorten gesproken, onder meer doordat de wetenschappelijke indeling in de loop der jaren is veranderd.
Hoeveel slangen in Spanje zijn giftig?
Dat hangt een beetje af van wat met ‘giftig’ wordt bedoeld. Biologisch gezien beschikken vijf soorten over gif:
- Aspisadder (Vipera aspis) – giftig en potentieel gevaarlijk voor mensen.
- Wipneusadder (Vipera latastei) – giftig en potentieel gevaarlijk.
- Seoane-adder (Vipera seoanei) – giftig en potentieel gevaarlijk.
- Hagedisslang of Montpellier-slang (Malpolon monspessulanus) – heeft gif, maar de giftanden zitten achter in de bek en ernstige vergiftiging bij mensen is zeldzaam.
- Westelijke mutsslang (Macroprotodon brevis) – eveneens achtertandig en voor mensen normaal gesproken nauwelijks gevaarlijk.
In de praktijk zijn het dus vooral de drie addersoorten waarvoor je moet oppassen. Zij beschikken over voorin de bek geplaatste giftanden waarmee ze effectief gif kunnen injecteren. De andere twee gifdragende soorten vormen onder normale omstandigheden veel minder gevaar.
Waar leven de giftige adders?
De drie Spaanse adders hebben grotendeels verschillende verspreidingsgebieden. De aspisadder komt vooral voor in het noordoosten van Spanje en de Pyreneeën. De Seoane-adder leeft voornamelijk in het koelere en vochtige noorden en noordwesten, onder andere in Galicië, Asturias, Cantabrië en delen van het Baskische gebied. De wipneusadder heeft het grootste verspreidingsgebied en komt in verschillende delen van centraal, oostelijk en zuidelijk Spanje voor.
Wie aan de Costa Blanca, Costa del Sol of in Andalusië woont, kan dus in theorie een wipneusadder tegenkomen. Dat betekent niet dat ze daar overal veel voorkomen. Adders zijn schuwe dieren en proberen mensen meestal te vermijden.
De meeste Spaanse slangen zijn ongevaarlijk
Veel vaker kun je in Spanje een ongevaarlijke slang tegenkomen, zoals de hoefijzerslang, trapslang, adderringslang of mediterrane ringslang. Sommige soorten kunnen behoorlijk groot worden. De hagedisslang kan bijvoorbeeld meer dan twee meter lang worden, maar grootte zegt weinig over het gevaar voor mensen.
Een opvallend voorbeeld is de adderringslang (Natrix maura). Deze slang kan qua tekening op een adder lijken en maakt zichzelf bij gevaar soms breder, waardoor mensen denken dat ze een giftige slang zien. De soort is echter niet giftig.
Vallen slangen mensen aan?
Normaal gesproken niet. Spaanse slangen proberen bij een ontmoeting vrijwel altijd te ontsnappen. Een beet ontstaat vooral wanneer iemand op een slang stapt, hem probeert op te pakken of het dier geen mogelijkheid meer heeft om weg te komen. De Spaanse herpetologische vereniging benadrukt daarom dat rust en afstand houden de beste reactie is.
Ook rondom woningen kunnen slangen voorkomen, vooral wanneer er stenen muren, houtstapels, veel begroeiing, water of veel muizen en andere prooidieren aanwezig zijn.
Wat moet je doen als je een slang ziet?
Laat het dier met rust en geef het voldoende ruimte om weg te kruipen. Probeer een slang niet zelf te vangen of te doden. Spaanse slangensoorten spelen bovendien een belangrijke rol in het ecosysteem doordat ze onder andere muizen, ratten en andere kleine dieren eten. De Spaanse herpetologische vereniging wijst er ook op dat de Spaanse slangensoorten beschermd zijn.
En als je toch wordt gebeten?
Bij een mogelijke adderbeet is medische beoordeling belangrijk. Blijf rustig, beweeg het gebeten lichaamsdeel zo weinig mogelijk en verwijder ringen, horloges of andere voorwerpen die bij zwelling kunnen gaan knellen. Ga zo snel mogelijk naar een medische dienst of bel 112 bij ernstige klachten.
Snijd de wond niet open, probeer het gif niet uit te zuigen en leg geen strak tourniquet aan. Spaanse medische richtlijnen adviseren juist om het aangedane lichaamsdeel zo veel mogelijk te immobiliseren en het slachtoffer snel medisch te laten beoordelen.
Kortom: slangen in Spanje zijn veel minder gevaarlijk dan vaak wordt gedacht
Spanje telt dus ongeveer 14 slangensoorten, waarvan vijf gif produceren. Slechts drie daarvan – de drie adders – vormen een serieus potentieel risico voor mensen. Zelfs bij deze soorten zijn ontmoetingen en beten relatief zeldzaam, omdat de dieren liever vluchten dan aanvallen.
Wie een slang tegenkomt, kan daarom het beste afstand houden en het dier rustig zijn weg laten vervolgen. In de meeste gevallen is de slang namelijk veel banger voor jou dan jij voor de slang.
