Van eeuwige belofte tot tweevoudig wereldkampioen: de WK-geschiedenis van Spanje

15 8

Het Spaanse nationale voetbalelftal behoort inmiddels tot de absolute wereldtop. Toch duurde het opmerkelijk lang voordat La Roja zijn eerste wereldtitel wist te veroveren. Spanje deed al in 1934 voor het eerst mee aan een WK, maar moest tot 2010 wachten op de hoofdprijs. Inmiddels staan er twee sterren boven het Spaanse voetbal: die van 2010 en 2026.

Eerste WK in 1934

Spanje maakte zijn WK-debuut tijdens het wereldkampioenschap van 1934 in Italië. De ploeg bereikte meteen de kwartfinale, maar daarna bleef groot internationaal succes lange tijd uit.

In 1950 behaalde Spanje met een vierde plaats zijn beste WK-resultaat van de twintigste eeuw. Daarna volgden verschillende toernooien waarop Spanje vaak beschikte over technisch sterke spelers, maar niet tot de beslissende fase wist door te dringen.

WK 1982 in eigen land

In 1982 mocht Spanje zelf het wereldkampioenschap organiseren. Het toernooi werd gespeeld in maar liefst zeventien stadions verspreid over het land.

Voor de Spaanse ploeg liep het eigen WK echter uit op een teleurstelling. Spanje kwam niet verder dan de tweede groepsfase. Het toernooi werd uiteindelijk gewonnen door Italië.

Sterke spelers, maar steeds geen wereldtitel

In de jaren negentig en het begin van deze eeuw bleef Spanje een van de landen waarvan voorafgaand aan vrijwel ieder groot toernooi veel werd verwacht.

Toch ging het telkens mis voordat de halve finales werden bereikt. Een bekend voorbeeld is het WK van 2002 in Zuid-Korea en Japan, waar Spanje in de kwartfinale na strafschoppen werd uitgeschakeld door gastland Zuid-Korea.

Spanje kreeg daardoor jarenlang het imago van een land met uitstekende voetballers dat op grote toernooien uiteindelijk toch tekortkwam.

2010: eindelijk wereldkampioen

Alles veranderde tijdens het WK van 2010 in Zuid-Afrika.

Spanje beschikte over een uitzonderlijke generatie met spelers als Iker Casillas, Carles Puyol, Sergio Ramos, Xavi Hernández, Andrés Iniesta, Xabi Alonso en David Villa.

Onder bondscoach Vicente del Bosque speelde Spanje het inmiddels wereldberoemde combinatievoetbal dat sterk leunde op balbezit en korte passes.

Na overwinningen op Portugal, Paraguay en Duitsland bereikte Spanje voor het eerst een WK-finale.

De tegenstander: Nederland.

Na negentig minuten stond het nog altijd 0-0. Pas in de verlenging viel de beslissing. Andrés Iniesta scoorde in de 116e minuut de 1-0 en bezorgde Spanje daarmee de eerste wereldtitel uit zijn geschiedenis.

Van wereldkampioen naar uitschakeling in de groepsfase

Vier jaar later ging Spanje als titelverdediger naar het WK van 2014 in Brazilië.

Het toernooi werd een enorme teleurstelling. Na een spectaculaire 5-1 nederlaag tegen Nederland en een nederlaag tegen Chili was Spanje al na twee wedstrijden uitgeschakeld.

De gouden generatie die tussen 2008 en 2012 achtereenvolgens twee Europese titels en een wereldtitel had gewonnen, naderde daarmee duidelijk het einde van een tijdperk.

Ook 2018 en 2022 eindigen vroeg

Op het WK van 2018 in Rusland strandde Spanje opnieuw vroeg. Gastland Rusland schakelde La Roja in de achtste finale uit na strafschoppen.

Vier jaar later gebeurde vrijwel hetzelfde.

Tijdens het WK van 2022 in Qatar speelde Spanje in de achtste finale tegen Marokko. Na 120 minuten stond het nog 0-0. In de strafschoppenserie wist Spanje geen enkele penalty te benutten en werd de ploeg opnieuw uitgeschakeld.

Nieuwe gouden generatie

Ondertussen diende zich een nieuwe generatie Spaanse voetballers aan.

Met spelers als Rodri, Pedri, Lamine Yamal, Nico Williams, Dani Olmo en Mikel Oyarzabal begon Spanje opnieuw grote prijzen te winnen.

In 2024 werd Spanje Europees kampioen en twee jaar later trok de ploeg van bondscoach Luis de la Fuente als een van de favorieten naar het WK van 2026 in Canada, Mexico en de Verenigde Staten.

2026: Spanje opnieuw wereldkampioen

Het WK van 2026 werd uiteindelijk een nieuw hoogtepunt in de Spaanse voetbalgeschiedenis.

Spanje begon het toernooi met een 0-0 gelijkspel tegen debutant Kaapverdië, maar groeide daarna steeds verder in het toernooi. La Roja versloeg onder meer Oostenrijk, Portugal, België en Frankrijk en bereikte voor de tweede keer in de geschiedenis de WK-finale.

Op 19 juli 2026 stond Spanje in New York/New Jersey tegenover regerend wereldkampioen Argentinië.

Na negentig minuten was er nog niet gescoord. In de verlenging maakte Ferran Torres in de 106e minuut het beslissende doelpunt.

Spanje won met 1-0 en werd voor de tweede keer wereldkampioen.

Twee sterren voor La Roja

Daarmee heeft Spanje inmiddels twee WK-titels:

  • 2010 – wereldkampioen na 1-0 tegen Nederland
  • 2026 – wereldkampioen na 1-0 tegen Argentinië

Het bijzondere is dat beide finales pas in de verlenging werden beslist en beide keren één doelpunt voldoende was om geschiedenis te schrijven.

Van een land dat jarenlang bekendstond als de eeuwige favoriet die nooit won, is Spanje uitgegroeid tot een nationale ploeg met twee wereldtitels en een vaste plaats tussen de grote voetballanden ter wereld.

Vergelijkbare berichten