Waarom rookmelders in Spaanse huizen nog steeds zo zeldzaam zijn

In Spanje staat persoonlijke veiligheid – zoals tralies voor ramen om inbraken tegen te houden – vaak hoog op de agenda. Maar brandveiligheid, zoals het hebben van een rookmelder in huis, krijgt veel minder aandacht. In landen zoals het Verenigd Koninkrijk zijn rookmelders zo gewoon dat je ze bijna niet opmerkt, omdat bijna elk huis er standaard mee is uitgerust. In Spanje daarentegen komen ze nauwelijks voor en worden ze door veel mensen simpelweg niet overwogen.
Recente tragische incidenten laten duidelijk het verschil zien: tussen Kerst en 6 januari kwamen 21 mensen om bij woningbranden. In heel 2024 registreerde Spanje 19.411 woningbranden met 162 slachtoffers, waarvan bijna 70 % veroorzaakt werd door rook of giftige gassen. Meer dan de helft van de sterfgevallen trof mensen van 65 jaar of ouder, vaak alleen thuis, terwijl elektrische overbelasting ’s nachts branden veroorzaakte.
Volgens gegevens van brandveiligheidsexperts heeft slechts ongeveer één op de vier Spaanse woningen een rookmelder geïnstalleerd – ondanks dat zo’n apparaat al vanaf ongeveer € 15 verkrijgbaar is. Rookmelders worden het meest geplaatst door jongere en hogerinkomende huishoudens.
In Spanje zijn rookmelders in openbare gebouwen zoals hotels, ziekenhuizen en scholen verplicht, maar voor particuliere woningen bestaat er (nog) geen nationale verplichting. Sommige regio’s, zoals Castilië en León, hebben wel eisen voor nieuwe gebouwen of renovaties. De nationale regelgeving rond brandveiligheid wordt langzaam aangepast, met recente updates aan de bouwcode die rookmelders in nieuwe woningen stimuleren.
Het installeren van rookmelders is eenvoudig en goedkoop: ze kunnen aan het plafond of in halletjes bij slaapkamers worden geplaatst, en het regelmatig testen en vervangen van batterijen verhoogt de veiligheid verder. Omdat veel branden ’s nachts gebeuren, kan een rookmelder levens redden door tijdig te waarschuwen om te vluchten of hulp te bellen.
