Waarom sommige Spanjaarden meerdere huizen hebben – en anderen niet

Wie langer in Spanje woont of het land beter leert kennen, merkt het al snel op: sommige Spaanse families lijken meerdere woningen te hebben, terwijl anderen moeite hebben om überhaupt één huis te betalen. Dat contrast roept vragen op, zeker bij mensen uit Noord-Europa. Is dit ongelijkheid? Geluk? Slimme investeringen?
De werkelijkheid is complexer – en vooral historisch en cultureel bepaald.
Steen als zekerheid
In Spanje is vastgoed al generaties lang meer dan alleen wonen. Het is zekerheid. Waar in landen als Nederland of België wordt vertrouwd op pensioenen, verzekeringen en beleggingen, heeft Spanje een andere reflex ontwikkeld: een huis is je vangnet.
Dat idee is niet zomaar ontstaan. Spanje kende in de vorige eeuw politieke instabiliteit, economische crises en een zwak sociaal vangnet. Voor veel gezinnen werd een huis de enige betrouwbare vorm van bescherming tegen armoede, ouderdom of tegenslag.
Een woning betekende:
“Wat er ook gebeurt, je staat niet op straat.”
Geërfd, niet gekocht
Wat vaak over het hoofd wordt gezien: veel Spanjaarden met meerdere huizen hebben die woningen niet zelf gekocht. Ze zijn geërfd.
Een ouderlijk huis in een dorp.
Een appartement van een overleden tante.
Een familiehuis dat al decennia in bezit is.
Deze woningen worden zelden verkocht. Ze blijven binnen de familie, soms verdeeld over meerdere erfgenamen. Dat betekent dat iemand op papier “meerdere huizen” kan hebben, terwijl er weinig geld beschikbaar is in het dagelijks leven. Vastgoedrijk, maar casharm.
Een andere tijd, andere prijzen
Tot begin jaren 2000 was een huis kopen in Spanje voor veel mensen relatief haalbaar. Huizen waren goedkoper, hypotheken toegankelijk en een vast contract was de norm. Veel gezinnen kochten jong hun eerste woning en soms later nog een tweede – bijvoorbeeld aan de kust of in het dorp van herkomst.
De financiële crisis van 2008 maakte hier abrupt een einde aan. Sindsdien zijn lonen achtergebleven, banen onzekerder geworden en zijn vooral jongeren uitgesloten van de woningmarkt.
Het verschil tussen generaties is daardoor enorm.
Familie boven rendement
In Spanje wordt een woning niet altijd gezien als investering. Een huis heeft vaak emotionele waarde. Het ouderlijk huis wordt aangehouden “voor later”. Het dorpshuis blijft bestaan voor vakanties, familiefeesten of als toevluchtsoord.
Zelfs leegstand wordt geaccepteerd, zolang het huis maar in de familie blijft. Dat verklaart waarom sommige gebieden vol lijken te staan met ongebruikte woningen, terwijl er tegelijk woningnood bestaat.
Niet overal hetzelfde Spanje
Het beeld van “Spanjaarden met meerdere huizen” klopt bovendien niet overal. In grote steden zoals Madrid, Barcelona of Valencia is de realiteit anders: hoge prijzen, veel huurders en weinig tweede woningen.
Meerdere huizen zie je vooral:
-
in dorpen met bevolkingskrimp
-
in het binnenland
-
in kustgebieden met veel familiebezit
Regionale verschillen zijn groot en bepalen sterk wie wel en wie niet een woning bezit.
De andere kant van het verhaal
Tegelijkertijd is er een groeiende groep Spanjaarden die géén huis heeft en er waarschijnlijk ook nooit één zal bezitten. Jongeren met tijdelijke contracten, lage lonen en hoge huren wonen vaak tot ver in hun dertigste bij hun ouders.
Voor hen voelt het bezit van meerdere woningen door anderen niet als traditie, maar als ongelijkheid. Dat spanningsveld is vandaag de dag een van de grootste sociale vraagstukken in Spanje.
Meer huizen betekent niet per se rijkdom
Een belangrijk misverstand: meerdere huizen bezitten betekent niet automatisch een comfortabel leven. Onderhoud, belastingen en leegstand kosten geld. Veel mensen leven bescheiden, ondanks hun vastgoedbezit.
Het Spaanse systeem creëert daarom een paradox: bezit zonder liquiditeit.
Tot slot
Het verschil tussen Spanjaarden met meerdere huizen en zij die geen woning hebben, is geen kwestie van slim of dom, rijk of arm. Het is het resultaat van geschiedenis, familiecultuur, timing en een economie die sterk is veranderd.
Wie Spanje echt wil begrijpen, moet voorbij de cijfers kijken en zien dat een huis hier vaak geen luxe is, maar een levensverzekering.
In Spanje is vastgoed geen symbool van rijkdom, maar van zekerheid – en precies daar wringt het vandaag.
