Wat betalen Nederlanders en Belgen voor een woning in Spanje?

Buitenlanders drijven prijzen op: wat zeggen de cijfers écht over de Spaanse woningmarkt?
De nieuwste cijfers van het Spaanse kadaster laten zien dat buitenlanders inmiddels bijna 100.000 woningen in Spanje hebben gekocht. Maar interessanter dan het aantal aankopen is de prijs die verschillende nationaliteiten bereid zijn te betalen – en wat dat betekent voor de markt.
Grote verschillen per nationaliteit
Amerikanen betalen gemiddeld 3.465 euro per vierkante meter. Daarmee zitten zij bijna 50 procent boven het Spaanse gemiddelde van 2.354 euro per vierkante meter. Zwitsers (3.457 euro) en Zweden (3.421 euro) volgen kort daarachter. Ook Noren (3.292 euro) en Duitsers (3.270 euro) bevinden zich ruim boven het nationale gemiddelde.
Nederlanders en Belgen zitten iets lager, maar nog steeds duidelijk bovengemiddeld. Nederlanders betalen gemiddeld 2.574 euro per vierkante meter, Belgen 2.568 euro. Dat is ongeveer 9 procent boven het landelijke gemiddelde.
Opvallend is de positie van de Britten. Hoewel zij de grootste groep buitenlandse kopers vormen, betalen zij gemiddeld 2.480 euro per vierkante meter – minder dan Nederlanders en Belgen. Dat wijst erop dat Britten vaker kiezen voor goedkopere regio’s of oudere woningen, terwijl kopers uit Noord-Europa en de Verenigde Staten vaker in het hogere segment actief zijn.
Aan de onderkant van de markt bevinden zich kopers uit Marokko (747 euro per m²) en Roemenië (1.325 euro per m²). Dit verschil illustreert hoe uiteenlopend de koopmotieven zijn: van arbeidsmigratie en gezinshereniging tot investeringen en tweede woningen.
Wat zegt dit over de markt?
De gemiddelde woningprijs in Spanje steeg in 2025 naar 2.354 euro per vierkante meter, een stijging van ruim 9 procent op jaarbasis. Dat is aanzienlijk. Buitenlandse kopers spelen daarin een duidelijke rol, vooral in populaire kustregio’s.
Het prijsniveau dat Amerikanen, Zwitsers en Scandinaviërs betalen suggereert dat zij zich vooral richten op:
-
nieuwbouwprojecten
-
luxe appartementen
-
toplocaties aan zee
-
stedelijke hotspots zoals Málaga of Barcelona
Dat creëert een tweedeling in de markt: enerzijds het internationale premiumsegment, anderzijds het meer lokale, betaalbare segment.
Regionale concentratie vergroot het effect
Meer dan 40 procent van de buitenlandse aankopen vindt plaats in de Valencia-regio, met Alicante als zwaartepunt. Ook Málaga, Barcelona, Madrid, de Canarische Eilanden, Murcia en de Balearen trekken veel buitenlandse kopers.
Het gevolg: prijsdruk concentreert zich vooral in toeristische en kustgebieden. In binnenlandse regio’s blijft de prijsontwikkeling gematigder.
Structurele trend of tijdelijke piek?
De aantrekkingskracht van Spanje blijft sterk dankzij:
-
het klimaat
-
relatief lage prijzen vergeleken met Noord-Europa
-
fiscale aantrekkelijkheid
-
de opkomst van remote werken
Vooral niet-Europese kopers (zoals Amerikanen) lijken Spanje steeds meer te zien als veilige investering én lifestylekeuze.
Tegelijkertijd waarschuwen economen dat deze internationale vraag in populaire gebieden kan leiden tot verdere prijsstijgingen en verminderde betaalbaarheid voor lokale kopers. Met een jaarlijkse stijging van ruim 9 procent komt de discussie over woningtoegankelijkheid ook in Spanje steeds nadrukkelijker op tafel.
Conclusie
De cijfers laten zien dat buitenlandse kopers niet alleen talrijk zijn, maar ook bereid zijn significant meer te betalen dan het Spaanse gemiddelde. Dat versterkt de prijsdruk in kustgebieden en toeristische hotspots.
Voor Nederlandse en Belgische kopers betekent dit twee dingen:
-
Ze bevinden zich in een competitieve markt, maar niet in het absolute topsegment.
-
In populaire regio’s zullen prijzen waarschijnlijk verder stijgen zolang de internationale vraag aanhoudt.
De Spaanse woningmarkt ontwikkelt zich daarmee steeds meer tot een internationale investeringsmarkt – met duidelijke winnaars, maar ook groeiende spanningen rond betaalbaarheid.
