Druk op Pedro Sánchez neemt toe door aanhoudende crisis rond Ceuta

Druk op Pedro Sánchez neemt toe door aanhoudende crisis rond Ceuta

De politieke druk op de Spaanse premier Pedro Sánchez neemt verder toe door de nasleep van de massale grensoverschrijdingen bij Ceuta eind juli. Oppositiepartijen eisen steeds nadrukkelijker uitleg over wat de regering vooraf wist en hoe zij heeft gereageerd. Tijdens demonstraties in verschillende Spaanse steden klonk deze week bovendien de roep om het aftreden van Sánchez.

Wat begon als een migratiecrisis in de Spaanse enclave aan de Noord-Afrikaanse kust, is daarmee uitgegroeid tot een van de grootste politieke problemen waarmee de regering-Sánchez momenteel wordt geconfronteerd.

Demonstraties slaan om in kritiek op regering

Afgelopen week werden in verschillende delen van Spanje demonstraties gehouden uit solidariteit met de inwoners van Ceuta. Tijdens een deel van die bijeenkomsten richtte de woede zich echter rechtstreeks tegen de regering.

Demonstranten riepen onder meer om het vertrek van Sánchez en beschuldigden zijn regering ervan onvoldoende te hebben gedaan om Ceuta te beschermen.

Bij een demonstratie in Madrid ontstonden ongeregeldheden voor het Spaanse parlement. Vier personen werden gearresteerd en vier politieagenten raakten gewond. Volgens het Spaanse persbureau EFE werden tijdens enkele demonstraties ook islamofobe leuzen en extreemrechtse symbolen waargenomen.

Politierapport zorgt voor nieuwe politieke storm

De situatie werd deze week verder op scherp gezet door het uitlekken van een rapport van het Spaanse Centro Nacional de Inmigración y Fronteras (CENIF).

Daarin wordt geconcludeerd dat de massale toestroom naar Ceuta op 30 en 31 juli niet spontaan was, maar kenmerken vertoonde van een vooraf geplande en gecoördineerde actie.

Het rapport spreekt ook over opvallend gedrag van Marokkaanse veiligheidsdiensten. Volgens de onderzoekers zouden sommige agenten de groepen actief in de richting van plaatsen hebben geleid waar zij de grens konden passeren.

Het document stelt echter niet vast dat de Marokkaanse regering zelf opdracht heeft gegeven voor de actie en identificeert ook geen concrete opdrachtgever. De intellectuele verantwoordelijkheid voor de gebeurtenissen is vooralsnog niet vastgesteld.

Verwarring binnen Spaanse politie

Opvallend is dat de Spaanse politietop en het ministerie van Binnenlandse Zaken vervolgens benadrukten dat er geen rapport bestaat waarin de Marokkaanse staat officieel verantwoordelijk wordt gehouden voor het organiseren van de massale grensoverschrijding.

Dat lijkt op het eerste gezicht tegenstrijdig, maar het onderscheid zit vooral in de formulering.

Het CENIF-rapport beschrijft aanwijzingen voor betrokkenheid en actieve begeleiding door personen die verbonden zijn aan Marokkaanse veiligheidsdiensten. Het bewijst volgens de Spaanse politietop echter niet dat de Marokkaanse regering de operatie heeft bedacht of aangestuurd.

Oppositie valt Sánchez hard aan

De Spaanse oppositie grijpt de kwestie aan om de druk op de regering verder op te voeren.

PP-leider Alberto Núñez Feijóo beschuldigt Sánchez ervan waarschuwingen over Ceuta te hebben genegeerd. Volgens Feijóo verdient Spanje een regering die duidelijkheid geeft over wat er vooraf bekend was.

Vox-leider Santiago Abascal ging nog verder en beschuldigde Sánchez ervan zich tegenover Marokko onderdanig op te stellen.

Ook vanuit Junts kwam scherpe kritiek. Fractiewoordvoerder Míriam Nogueras stelde in het parlement dat zowel het scenario waarin Sánchez vooraf van de dreiging wist als het scenario waarin hij niets wist ernstige vragen oproept over het functioneren van de regering.

Sánchez: regering wist omvang niet vooraf

Pedro Sánchez ontkent dat zijn regering vooraf wist dat er op zo’n grote schaal mensen Ceuta zouden binnentrekken.

Hij verklaarde in het parlement dat hij geen rapport of mondelinge waarschuwing had ontvangen waarin zowel de waarschijnlijkheid als de omvang van de gebeurtenissen van 30 en 31 juli werd voorspeld.

Volgens Sánchez is het daarom onlogisch om te stellen dat de regering precies wist wat er zou gebeuren en vervolgens bewust niets deed.

309 miljoen euro voor Ceuta

Madrid probeert ondertussen de situatie in Ceuta te stabiliseren.

De Spaanse regering heeft een omvangrijk noodpakket van 309 miljoen euro goedgekeurd voor de resterende maanden van 2026. Dat bedrag komt volgens de regering overeen met ongeveer 16 procent van het jaarlijkse bruto binnenlands product van Ceuta.

Van het geld gaat onder meer:

  • 90 miljoen euro naar extra veiligheid;
  • 118 miljoen euro naar opvang en humanitaire hulp;
  • 80 miljoen euro naar bedrijven, zelfstandigen en de lokale economie;
  • 21 miljoen euro naar essentiële openbare voorzieningen.

Daarnaast zijn inmiddels duizenden extra opvangplaatsen gecreëerd.

Nog duizenden migranten in Ceuta

Volgens de meest recente gegevens bevinden zich nog altijd duizenden migranten in Ceuta, waaronder een groot aantal minderjarigen.

Sánchez kondigde deze week aan dat opnieuw ongeveer 1.500 mensen uit de tijdelijke opvangsituatie op straat moeten worden gehaald, nadat eerder al ruim 1.500 personen waren opgevangen, teruggekeerd of uitgezet.

Koning Felipe VI mogelijk naar Ceuta

Een volgende belangrijke ontwikkeling wordt het geplande bezoek van koning Felipe VI aan Ceuta.

Sánchez heeft aangekondigd dat de koning de autonome stad in de komende weken zal bezoeken. Een exacte datum is nog niet bekend. Een dergelijk bezoek is politiek gevoelig, mede vanwege de relatie tussen Spanje en Marokko.

Voor Sánchez lijkt de crisis daarmee voorlopig nog lang niet voorbij. Naast de praktische problemen in Ceuta draait de discussie inmiddels vooral om de vraag wat de Spaanse autoriteiten vooraf wisten, wie achter de gebeurtenissen zat en of de regering adequaat heeft gehandeld.

Zolang daar geen volledige duidelijkheid over bestaat, zal de oppositie de druk op Sánchez waarschijnlijk blijven opvoeren.

Vergelijkbare berichten