Politierapport over Ceuta toont beelden van vermoedelijke Marokkaanse agenten in burger

Een nieuw rapport van het Spaanse Centro Nacional de Inmigración y Fronteras (CENIF) bevat tientallen foto’s en beelden die volgens onderzoekers wijzen op de aanwezigheid van Marokkaanse veiligheidsagenten in burger tijdens de massale grensoverschrijdingen naar Ceuta op 30 en 31 juli.
Het 55 pagina’s tellende dossier is overgedragen aan de Audiencia Nacional en maakt deel uit van het onderzoek naar de gebeurtenissen waarbij tienduizenden mensen vanuit Marokko richting de Spaanse autonome stad trokken.
Volgens CENIF geen spontane migratiestroom
Een van de belangrijkste conclusies van het rapport is dat de gebeurtenissen volgens de onderzoekers niet passen bij een volledig spontane migratiebeweging.
Het CENIF spreekt van een proces dat vooraf zou zijn voorbereid en waarbij grote groepen mensen in verschillende fasen richting de grens werden gemobiliseerd.
Volgens het dossier was er sprake van een combinatie van oproepen via sociale media, vervoer richting het grensgebied en begeleiding ter plaatse. De grote aantallen mensen zouden volgens de onderzoekers moeilijk zonder enige vorm van organisatie naar één specifiek toegangspunt bij El Tarajal hebben kunnen worden geleid.
32 foto’s opgenomen in het rapport
Het dossier bevat volgens 20minutos 32 foto’s waarmee onderzoekers proberen te onderbouwen dat niet alleen uniformdragers, maar ook personen in burger betrokken waren bij het begeleiden van de mensenmassa.
Het CENIF maakt daarbij onderscheid tussen twee groepen.
De eerste groep bestaat uit duidelijk herkenbare Marokkaanse veiligheidsfunctionarissen in uniform. Volgens het rapport waren zij langs belangrijke toegangswegen aanwezig en zouden zij aanwijzingen hebben gegeven aan mensen die richting de grens trokken.
Daarnaast wijzen de onderzoekers op een tweede groep die zij omschrijven als personen die vermoedelijk als agent of organisator in burger optraden.
Waarom denkt de politie dat het agenten in burger waren?
De identificatie is voor een belangrijk deel gebaseerd op gedrag en uiterlijke kenmerken die volgens onderzoekers afweken van die van de rest van de groep.
Het gaat volgens het rapport vooral om mannen van ongeveer 30 tot 50 jaar, vaak met een atletische lichaamsbouw, kort verzorgd haar en relatief neutrale kleding.
Sommigen droegen:
- polo’s of effen T-shirts;
- lange broeken;
- gesloten sportschoenen;
- rugzakken of heuptassen;
- en petten.
Bij enkele personen zouden volgens het CENIF zelfs petten met politieachtige logo’s zichtbaar zijn geweest.
Belangrijk is dat dit op zichzelf natuurlijk geen bewijs is dat iemand politieagent is. De onderzoekers combineren deze kenmerken daarom met het gedrag dat op de beelden te zien zou zijn.
Gedrag zou wijzen op aansturing
Volgens het politierapport bewegen de betreffende personen zich anders dan de grote groepen migranten om hen heen.
Op beelden zouden zij onder andere:
- tegen de richting van de mensenmassa in lopen;
- vanaf de zijkant groepen observeren;
- mensen aansporen verder te gaan;
- helpen bij het passeren van obstakels;
- mobiele telefoongesprekken voeren;
- en beelden maken van de beweging van de groepen.
De onderzoekers stellen dat deze personen een positie van overzicht en leiding lijken in te nemen.
Op basis daarvan worden zij in het dossier aangeduid als vermoedelijke ‘agentes dinamizadores’, personen die de stroom ter plaatse zouden hebben begeleid of gemonitord.
Ook RTVE en EFE zagen het rapport
Het bestaan en de belangrijkste inhoud van het CENIF-rapport zijn inmiddels niet alleen door 20minutos gemeld.
Ook EFE en RTVE kregen inzage in het document en bevestigen dat het rapport spreekt over een geplande massale grensoverschrijding en mogelijke betrokkenheid van zowel geüniformeerde als niet-geüniformeerde personen die met de Marokkaanse veiligheidsdiensten in verband worden gebracht.
EFE meldt dat het rapport de houding van de Marokkaanse politie omschrijft als op zijn minst zeer toegeeflijk en spreekt over personen die volgens de onderzoekers betrokken waren bij het monitoren en controleren van wat er rond de grens gebeurde.
Ministerie van Binnenlandse Zaken waarschuwt voor te stellige conclusies
Tegelijkertijd bestaat binnen de Spaanse overheid discussie over hoe ver de conclusies van het rapport precies gaan.
Het ministerie van Binnenlandse Zaken verklaarde aanvankelijk dat de directeur-generaal van de Policía Nacional geen politierapport kende waarin de Marokkaanse veiligheidsdiensten als verantwoordelijken voor de planning of uitvoering van de gebeurtenissen werden aangewezen.
Later verduidelijkte de operationele leiding van de Policía Nacional dat er op dit moment geen definitieve ‘intellectuele opdrachtgever’ van de crisis is vastgesteld.
Dat is een belangrijk onderscheid.
Het CENIF-rapport beschrijft aanwijzingen voor betrokkenheid van Marokkaanse veiligheidsfunctionarissen bij de gebeurtenissen op het terrein, maar daarmee is juridisch nog niet vastgesteld wie uiteindelijk opdracht gaf tot de operatie of op welk niveau beslissingen zijn genomen.
Spaanse regering zegt rapport verder te onderzoeken
De regering van Pedro Sánchez heeft inmiddels aangegeven het volledige rapport te bestuderen.
Minister Félix Bolaños riep op tot voorzichtigheid voordat conclusies worden getrokken over de verantwoordelijkheid van de Marokkaanse staat.
De inhoud van het dossier is politiek zeer gevoelig, omdat Spanje en Marokko nauw samenwerken op het gebied van migratie, grensbewaking, veiligheid en handel.
Tegelijkertijd neemt vanuit de Spaanse oppositie de druk toe om duidelijkheid te geven over wat de regering vooraf wist en welke rol Marokkaanse veiligheidsdiensten precies hebben gespeeld.
Onderzoek naar Ceuta krijgt nieuwe dimensie
De nieuwe beelden maken de gebeurtenissen van 30 en 31 juli opnieuw onderwerp van discussie.
Waar aanvankelijk vooral werd gesproken over een uitzonderlijk grote migratiestroom, onderzoekt de Spaanse justitie nu ook nadrukkelijk of er sprake was van voorafgaande organisatie en actieve begeleiding op Marokkaans grondgebied.
Het CENIF denkt daarvoor aanwijzingen te hebben gevonden in foto’s, video’s, sociale-mediaberichten en het gedrag van personen rond de grens.
Of deze aanwijzingen uiteindelijk ook voldoende zijn om juridisch vast te stellen wie verantwoordelijk was voor de organisatie van de massale grensoverschrijding, moet het verdere onderzoek van de Audiencia Nacional uitwijzen.
