Tienduizenden Spanjaarden de straat op uit protest om crisis in Ceuta

Tienduizenden Spanjaarden de straat op uit protest om crisis in Ceuta

In tientallen Spaanse steden zijn tienduizenden mensen de straat opgegaan uit solidariteit met Ceuta en uit onvrede over de aanpak van de migratiecrisis door de regering van premier Pedro Sánchez. Ook in Estepona verzamelden inwoners zich met Spaanse en Ceutaanse vlaggen voor het gemeentehuis.

De demonstraties volgen ruim een maand na de uitzonderlijk grote toestroom van migranten vanuit Marokko naar de Spaanse autonome stad Ceuta. Op 30 en 31 juli kwamen volgens de Spaanse autoriteiten ongeveer 72.000 mensen de grens over. Het overgrote deel keerde korte tijd later terug naar Marokko, maar naar schatting verblijven nog ongeveer 5.000 migranten in Ceuta.

Grote demonstraties in heel Spanje

De protesten vonden plaats in tientallen steden. Volgens de beschikbare cijfers kwamen in Madrid ongeveer 50.000 mensen bijeen, in Valencia circa 25.000 en in Ceuta zelf ongeveer 20.000 demonstranten.

Veel deelnemers droegen Spaanse vlaggen en riepen leuzen ter ondersteuning van Ceuta. Tegelijkertijd richtte een aanzienlijk deel van de woede zich tegen de regering van Pedro Sánchez. Tijdens verschillende demonstraties werd om zijn aftreden gevraagd.

Ook protest in Estepona

In Estepona vond een bijeenkomst plaats voor het gemeentehuis. Burgemeester José María García Urbano sprak daar zijn steun uit voor Ceuta.

Tijdens de bijeenkomst werd naast de vlag van Estepona ook de vlag van Ceuta gehesen. Onder de aanwezigen bevonden zich zowel inwoners van Estepona als mensen die oorspronkelijk uit Ceuta komen.

Volgens demonstranten voelen veel inwoners van de Noord-Afrikaanse Spaanse stad zich onvoldoende gesteund door Madrid. Zij vragen om meer hulp van zowel de Spaanse regering als de Europese Unie.

Grote druk op Ceuta

De plotselinge komst van tienduizenden mensen zorgde eind juli voor grote problemen in Ceuta. Opvangvoorzieningen raakten overbelast en de autoriteiten moesten in korte tijd extra opvanglocaties openen.

De Spaanse regering heeft inmiddels een noodpakket van 309 miljoen euro goedgekeurd om Ceuta te ondersteunen. Het geld is onder meer bestemd voor veiligheid, opvangvoorzieningen, openbare diensten en economische steun.

Honderden minderjarigen moeten worden opgevangen

Onder de migranten bevinden zich ook veel minderjarigen. De Spaanse regering meldde begin september dat 1.612 minderjarigen geregistreerd waren in Ceuta. Een deel van hen verbleef al voor de gebeurtenissen van eind juli in de stad.

Madrid wil minderjarigen vanuit het overbelaste Ceuta over verschillende delen van het Spaanse vasteland verdelen. Dat plan leidt echter tot politieke weerstand, vooral in sommige regio’s die door de Partido Popular (PP) en Vox worden bestuurd.

Politieke druk op Sánchez neemt toe

De crisis is inmiddels uitgegroeid tot een groot politiek probleem voor premier Pedro Sánchez. Oppositiepartijen verwijten de regering dat zij onvoldoende voorbereid was op de gebeurtenissen aan de grens en te laat heeft gereageerd.

De regering bestrijdt dat beeld en benadrukt dat er sinds de crisis extra personeel, opvangcapaciteit en financiële middelen naar Ceuta zijn gestuurd.

Wat begon als een acute grens- en opvangcrisis heeft zich daarmee ontwikkeld tot een breder politiek debat over migratie, grensbewaking en de positie van Ceuta binnen Spanje.

De massale demonstraties laten zien dat de situatie ruim een maand na de gebeurtenissen van eind juli nog altijd voor grote maatschappelijke en politieke spanningen zorgt.

Vergelijkbare berichten