Huizenprijzen aan Spaanse kust stijgen explosief

7 7

De huizenprijzen in Spaanse kustplaatsen zijn de afgelopen vijf jaar enorm gestegen. Volgens cijfers van vastgoedplatform Fotocasa zijn woningen in sommige populaire kustgebieden zelfs twee tot drie keer zo duur geworden.

Vooral aan de Middellandse Zee, op de Balearen en in bekende badplaatsen is de druk op de woningmarkt groot. De vraag blijft stijgen, terwijl het aanbod beperkt is. Daardoor bereiken sommige kustgemeenten inmiddels prijsniveaus die vergelijkbaar zijn met exclusieve wijken in Barcelona, Madrid en San Sebastián.

Een van de duurste plaatsen is Santa Eulària des Riu op Ibiza. Daar lag de gemiddelde vraagprijs in juni op 8.491 euro per vierkante meter. Vijf jaar eerder was dat nog 4.416 euro per vierkante meter. Een woning van 80 vierkante meter kost daar nu gemiddeld bijna 680.000 euro.

Ook andere kustplaatsen horen inmiddels bij de duurste woongebieden van Spanje. Denk aan Sant Antoni de Portmany, Eivissa, Calvià, Sitges, Marbella, Palma de Mallorca, Estepona, Fuengirola, Tarifa en Calpe.

De grootste procentuele stijging werd gemeten in El Verger, in de provincie Alicante. Daar steeg de gemiddelde prijs met 305 procent ten opzichte van 2021: van 1.016 euro naar 4.118 euro per vierkante meter.

Volgens Fotocasa komt de prijsstijging door een combinatie van schaarste, internationale belangstelling, tweede huizen, investeerders en mensen die permanent aan de kust willen wonen.

Toch zijn er nog altijd goedkopere kustgemeenten te vinden. Plaatsen zoals Lepe, La Unión, Amposta, Deltebre, Adra, El Ejido, Algeciras en Isla Cristina liggen qua prijs per vierkante meter nog beduidend lager.

Voor Nederlanders en Belgen die een woning in Spanje willen kopen, betekent dit dat goed vergelijken belangrijker is dan ooit. De kust blijft populair, maar de prijsverschillen tussen regio’s en gemeenten zijn enorm.

 

Vergelijkbare berichten