Huizenprijzen in Spanje bereiken nieuw record: gemiddeld bijna 3.000 euro per m²

De Spaanse woningmarkt blijft maar duurder worden. In juli 2026 steeg de gemiddelde vraagprijs van bestaande woningen met 13,1 procent ten opzichte van dezelfde maand vorig jaar. Daarmee kwam de gemiddelde prijs uit op 2.933 euro per vierkante meter, het hoogste niveau dat vastgoedplatform Idealista ooit heeft geregistreerd.
Ook op korte termijn blijven de prijzen oplopen. Vergeleken met juni stegen de vraagprijzen met 0,6 procent en over de afgelopen drie maanden bedraagt de stijging 3,3 procent.
Belangrijk om te weten is dat het hierbij gaat om vraagprijzen van woningen die te koop worden aangeboden, en dus niet om de uiteindelijke verkoopprijzen bij de notaris.
In heel Spanje stijgen de prijzen
In alle autonome regio’s lagen de prijzen in juli hoger dan een jaar eerder.
De sterkste stijging werd gemeten in Cantabrië, waar woningen gemiddeld 18,2 procent duurder werden. Daarna volgen Castilla-La Mancha met 16,1 procent, Asturië met 15,4 procent, Aragón met 14,7 procent en Murcia met 14,5 procent.
Ook in populaire gebieden onder Nederlanders en Belgen gingen de prijzen verder omhoog. In Andalusië stegen de vraagprijzen met 10,8 procent en in de Comunidad Valenciana met 10,6 procent.
Balearen opnieuw veruit het duurst
De Balearen blijven de duurste Spaanse regio om een bestaande woning te kopen. De gemiddelde vraagprijs ligt daar inmiddels op maar liefst 5.575 euro per vierkante meter.
Madrid volgt met 5.135 euro per vierkante meter. Daarna komen Baskenland met 3.748 euro, de Canarische Eilanden met 3.357 euro, Catalonië met 3.091 euro en Andalusië met 2.925 euro per vierkante meter.
Aan de andere kant van de markt blijven nog altijd veel goedkopere regio’s bestaan. In Extremadura bedraagt de gemiddelde vraagprijs 1.052 euro per vierkante meter, in Castilla-La Mancha 1.154 euro en in Castilla y León 1.377 euro.
Toledo en Valencia stijgen opvallend hard
Op provinciaal niveau stegen de prijzen in bijna heel Spanje. Alleen in Ourense werd een daling gemeten, van 5 procent.
Toledo kende met 20,5 procent de grootste prijsstijging, gevolgd door Valencia met 18,4 procent, Cantabrië met 18,2 procent, Zaragoza met 17,3 procent en Sevilla met 17,1 procent.
Vooral de stijging in Valencia valt op, omdat deze provincie al jarenlang zeer populair is bij buitenlandse woningkopers.
Grote verschillen tussen Spaanse steden
Ook in alle onderzochte provinciehoofdsteden werden hogere prijzen geregistreerd.
Ciudad Real kende met 21,8 procent de sterkste stijging, gevolgd door Salamanca met 21,6 procent en León met 19,9 procent.
In de grotere woningmarkten stegen de prijzen onder meer met 10,6 procent in Bilbao, 10,4 procent in Sevilla, 8 procent in Valencia, 6,9 procent in Málaga en 6,6 procent in Alicante.
Madrid behoort qua absolute prijs tot de duurste steden met gemiddeld 6.547 euro per vierkante meter. San Sebastián staat zelfs bovenaan met 6.590 euro per vierkante meter.
Nieuwe berekening van Idealista
Idealista heeft in juli 2026 ook de berekeningsmethode van zijn woningprijsindex aangepast. Tijdelijke verhuur en vakantieverhuur worden voortaan beter uit de cijfers gefilterd en ook extreme uitschieters worden nauwkeuriger herkend.
De nieuwe methode is met terugwerkende kracht toegepast op eerdere cijfers, zodat ontwikkelingen door de jaren heen met elkaar vergelijkbaar blijven.
De cijfers laten vooral zien dat betaalbaar wonen in populaire delen van Spanje steeds moeilijker wordt. Vooral aan de kust, op de eilanden en rond de grote steden blijven de prijzen hoog, terwijl kopers die verder het binnenland in kijken nog aanzienlijk goedkopere woningen kunnen vinden.
