Hij schoot zaden met een geweer de bergen in: hoe één man een kaal gebied in Murcia veranderde in een groen natuurparadijs
Een geweer gebruiken om een bos aan te planten? Het klinkt als een verzonnen verhaal, maar in de Spaanse regio Murcia gebeurde het werkelijk. Eind negentiende eeuw bedacht bosbouwkundige Ricardo Codorníu een bijzondere manier om moeilijk bereikbare berghellingen opnieuw te begroenen: hij liet dennenzaden met geweren en donderbussen verspreiden. Het maakte deel uit van een veel groter project waarmee duizenden hectares kaal berglandschap werden hersteld. Ruim 135 jaar later is de Sierra Espuña uitgegroeid tot een van de bekendste natuurparken van Zuidoost-Spanje.
Wie tegenwoordig door de Sierra Espuña wandelt, ziet uitgestrekte dennenbossen, diepe ravijnen en groene berghellingen.
Het is moeilijk voor te stellen dat grote delen van dit gebied ooit vrijwel boomloos waren.
Toch was dat aan het einde van de negentiende eeuw de werkelijkheid.
Door langdurige houtkap, houtskoolproductie en intensieve begrazing was veel oorspronkelijke begroeiing verdwenen.
De kale hellingen waren daardoor kwetsbaar geworden voor erosie.
Bij hevige regenval stroomde water ongehinderd naar beneden en sleurde grote hoeveelheden grond mee.
Een Spaanse bosbouwkundige besloot daar verandering in te brengen.
Een berglandschap zonder bomen
In maart 1889 bezocht Ricardo Codorníu de Sierra Espuña om de toestand van het berggebied te onderzoeken.
Vanaf de hoge bergtoppen zag hij een landschap dat sterk was aangetast door menselijk gebruik.
Waar ooit bomen hadden gestaan, lagen grotendeels kale hellingen.
De grond bood nauwelijks bescherming tegen hevige regen.
Volgens historische beschrijvingen concludeerde Codorníu dat het gebied op grote schaal opnieuw bebost moest worden.
Het was een ambitieus plan.
Niet alleen vanwege de enorme oppervlakte, maar ook omdat het terrein op veel plaatsen moeilijk toegankelijk was.
Bovendien was water schaars en moest jonge begroeiing tegen droogte en bodemerosie worden beschermd.
De verwoestende overstroming die alles veranderde
De plannen om de bergen opnieuw te bebossen kwamen niet uit het niets.
Tien jaar eerder, in oktober 1879, had Zuidoost-Spanje een van zijn ernstigste overstromingsrampen meegemaakt.
Tijdens de zogenoemde Riada de Santa Teresa veroorzaakten uitzonderlijk zware regenbuien enorme overstromingen in onder andere Murcia en Lorca.
Honderden mensen kwamen daarbij om het leven.
De ramp maakte duidelijk hoe kwetsbaar de regio was voor plotselinge waterstromen.
De ontbossing van berghellingen was niet de enige oorzaak van zulke overstromingen, maar kon bodemerosie en de snelle afvoer van water wel verergeren.
De Spaanse autoriteiten besloten daarom meer aandacht te besteden aan herstel van het landschap en aan bescherming tegen overstromingen.
In 1888 werd een speciale commissie opgericht voor de herbebossing en het waterbeheer in het stroomgebied van de Segura.
Ricardo Codorníu was een van de betrokken deskundigen.
Bomen planten op duizenden hectares
In 1891 begonnen de grootschalige herbebossingswerkzaamheden in de Sierra Espuña.
Het project ging veel verder dan alleen het planten van bomen.
Er werden wegen aangelegd om arbeiders en materialen naar afgelegen gebieden te brengen.
Ook kwamen er kleine dammen en andere constructies om afstromend regenwater en losgeraakte grond tegen te houden.
Daarnaast werden verschillende boomkwekerijen ingericht.
Daar groeiden jonge bomen op totdat ze sterk genoeg waren om in de bergen te worden geplant.
Vanuit die kwekerijen werden enorme aantallen jonge dennen en andere boomsoorten naar de hellingen vervoerd.
Bij het vervoer werden onder andere muilezels gebruikt.
De werkzaamheden duurden vele jaren en vergden de inzet van grote aantallen arbeiders en specialisten.
Uiteindelijk werd ongeveer 5.000 hectare berggebied aangepakt.
Een bijzonder idee: zaden afschieten met geweren
Sommige hellingen waren zo steil en moeilijk bereikbaar dat arbeiders er nauwelijks veilig konden komen.
Daarvoor werd een opvallende oplossing bedacht.
De bosbouwers gebruikten geweren en donderbussen om dennenzaden op moeilijk toegankelijke plaatsen te verspreiden.
In plaats van gewone projectielen werden zaden gebruikt, die door het afvuren over de hellingen terechtkwamen.
Op die manier hoopten de bosbouwers plekken te bereiken waar traditionele aanplant lastig of onmogelijk was.
Het idee was bijzonder creatief voor die tijd.
Toch bleek deze methode niet bijzonder efficiënt.
Een groot deel van de zaden werd opgegeten door vogels, mieren en andere dieren.
Andere zaden kwamen op ongeschikte plaatsen terecht of werden door wind en regen verplaatst.
Slechts een klein deel kon uiteindelijk ontkiemen.
Het grootste succes van het project kwam daarom niet van de geweren, maar van jarenlang zorgvuldig planten, kweken en onderhouden.
Miljoenen bomen veranderen het landschap
De herbebossing van Sierra Espuña groeide uit tot een van de bekendste projecten uit de Spaanse bosbouwgeschiedenis.
Volgens historische overzichten werden miljoenen bomen en jonge planten in het gebied aangebracht.
Er worden onder andere aantallen van ongeveer 4,3 miljoen bomen genoemd.
Andere beschrijvingen verwijzen naar een groter aantal gekweekte of verspreide planten.
Deze verschillen hangen mede samen met de gebruikte telmethode en de periode waarover wordt gesproken.
Het resultaat was in ieder geval indrukwekkend.
Langzaam begonnen de kale hellingen opnieuw groen te worden.
Bomen hielpen de bodem vast te houden en brachten schaduw en beschutting.
Met de jaren ontstonden grotere aaneengesloten bosgebieden.
Het landschap dat ooit ernstig was aangetast, kreeg geleidelijk een heel ander uiterlijk.
Wie was Ricardo Codorníu?
Ricardo Codorníu y Stárico werd op 6 juli 1846 geboren in Cartagena, in de regio Murcia.
Hij studeerde bosbouwkunde en ontwikkelde een grote belangstelling voor natuurbehoud.
In een tijd waarin grootschalige houtkap en ontbossing vaak vooral vanuit economisch oogpunt werden bekeken, benadrukte hij het belang van bomen voor het landschap en de samenleving.
Codorníu zette zich in voor bosbescherming, herbebossing en natuureducatie.
Vanwege zijn inzet kreeg hij de bijnaam El Apóstol del Árbol, oftewel de apostel van de boom.
Zijn werk in Sierra Espuña werd het bekendste voorbeeld van zijn overtuiging dat beschadigde natuur met voldoende kennis en doorzettingsvermogen hersteld kon worden.
Hij overleed in 1923 in Murcia.
Zijn nalatenschap is nog altijd zichtbaar in het berggebied dat hij hielp herstellen.
Van kale bergen naar beschermd natuurpark
De huidige Sierra Espuña is nauwelijks te vergelijken met het landschap dat Codorníu aan het einde van de negentiende eeuw aantrof.
In 1931 werd het gebied aangewezen als natuurgebied van nationaal belang.
Later kreeg het een beschermde status als natuurpark.
Sinds 1992 is het officieel een regionaal natuurpark.
Het beschermde gebied beslaat ongeveer 17.804 hectare.
Dat is aanzienlijk meer dan de oppervlakte die oorspronkelijk werd herbebost.
De bossen bestaan tegenwoordig vooral uit verschillende soorten mediterrane dennen.
Ook groeien er steeneiken, struiken en andere planten die kenmerkend zijn voor het landschap van Zuidoost-Spanje.
Bijna duizend plantensoorten en bijzondere dieren
De Sierra Espuña vormt tegenwoordig een belangrijk leefgebied voor planten en dieren.
In en rond het natuurpark komen bijna duizend plantensoorten voor.
Ook verschillende roofvogels vinden er geschikte leefgebieden.
Bezoekers kunnen onder andere steenarenden, slechtvalken en oehoes tegenkomen.
Daarnaast leven er eekhoorns en talrijke andere diersoorten.
Het park is daardoor niet alleen aantrekkelijk voor wandelaars, maar ook voor natuurliefhebbers en vogelaars.
De huidige biodiversiteit is het resultaat van natuurlijke processen én langdurig beheer.
Hoewel de herbebossing een belangrijke basis vormde, blijft bescherming van het gebied noodzakelijk.
Waarom is de Sierra Espuña zo populair bij wandelaars?
Het natuurpark ligt ten westen van de stad Murcia en is een populaire bestemming voor een dagtocht.
Er zijn verschillende gemarkeerde wandelroutes die bezoekers door bossen, langs ravijnen en naar uitzichtpunten leiden.
Op sommige plekken zijn nog historische constructies zichtbaar die verband houden met de herbebossing.
Ook de oude boomkwekerijen herinneren aan het werk dat hier meer dan een eeuw geleden werd uitgevoerd.
Wie meer wil weten over de geschiedenis van het gebied, kan terecht bij het bezoekerscentrum Ricardo Codorníu.
Dit centrum is vernoemd naar de bosbouwkundige die zo’n belangrijke rol speelde bij het herstel van het landschap.
Kan zo’n herbebossingsproject vandaag opnieuw worden uitgevoerd?
Het verhaal van Sierra Espuña krijgt in deze tijd opnieuw aandacht.
In grote delen van Spanje vormen droogte, bosbranden, bodemerosie en klimaatverandering belangrijke uitdagingen.
Herbebossing kan in sommige gebieden bijdragen aan het herstellen van beschadigde ecosystemen.
Maar moderne natuurbeheerders benadrukken dat bomen planten niet overal automatisch de beste oplossing is.
Het is belangrijk om boomsoorten te kiezen die passen bij de plaatselijke bodem, waterbeschikbaarheid en natuurlijke vegetatie.
Ook moet rekening worden gehouden met brandrisico’s en het beheer op lange termijn.
De lessen van Sierra Espuña gaan daarom verder dan het planten van miljoenen bomen.
Het project laat vooral zien hoe belangrijk een combinatie van bodemherstel, waterbeheer, geschikte beplanting en langdurig onderhoud kan zijn.
Het geheime succes zat niet in het geweer
Het verhaal over de met zaden geladen geweren spreekt natuurlijk tot de verbeelding.
Maar het zou verkeerd zijn om te denken dat de bossen van Sierra Espuña uitsluitend zijn ontstaan doordat iemand dennenzaden de bergen in schoot.
Het geweer was een experimentele methode voor moeilijk bereikbare plaatsen.
De werkelijke prestatie bestond uit jarenlang samenwerken, onderzoeken, planten en beheren.
Met hulp van kwekerijen, arbeiders, muilezels, waterbouwkundige maatregelen en enorme hoeveelheden jonge bomen werd het gebied langzaam hersteld.
Het was daarmee niet alleen een opmerkelijk experiment, maar vooral een vroeg voorbeeld van grootschalig ecologisch herstel.
Conclusie: een groene erfenis van meer dan 135 jaar
Wat aan het einde van de negentiende eeuw begon als een ambitieus plan om een kaal berglandschap te herstellen, groeide uit tot een van de bekendste natuurprojecten van Spanje.
Ricardo Codorníu en zijn medewerkers veranderden grote delen van Sierra Espuña door systematische herbebossing en waterbeheer.
Het bijzondere gebruik van geweren om dennenzaden te verspreiden werd het bekendste verhaal uit die geschiedenis.
Maar de miljoenen bomen die vandaag het landschap bepalen, zijn vooral het resultaat van jarenlang geduldig werk.
Wie tegenwoordig door de groene bossen van Sierra Espuña wandelt, loopt door een landschap dat laat zien hoeveel er kan veranderen wanneer mensen besluiten beschadigde natuur niet op te geven, maar te herstellen.
