Miljoenen voor preventie, toch blijft Spanje branden

26 7

Ondanks hogere budgetten, extra blusmaterieel en meer preventief onderhoud beleeft Spanje opnieuw een uitzonderlijk zwaar bosbrandseizoen. Tot 22 juli ging volgens het Europese informatiesysteem EFFIS bijna 120.000 hectare natuur verloren. Dat is ruim drie keer zoveel als gemiddeld rond deze datum en veel meer dan in dezelfde periode van 2025.

Experts benadrukken dat de vele branden niet simpelweg betekenen dat Spanje zich slecht heeft voorbereid. Klimaatverandering, extreme hitte, ontvolking van het platteland en de ophoping van brandbare begroeiing zorgen ervoor dat natuurbranden steeds moeilijker te voorkomen en te beheersen zijn.

Spanje zwaarst getroffen binnen de EU

Met bijna 120.000 verbrande hectare was Spanje eind juli het zwaarst getroffen land binnen de Europese Unie. Vooral de brand bij La Mierla in Guadalajara droeg sterk aan dat totaal bij. Daar werd meer dan 32.000 hectare getroffen, waarmee het de grootste geregistreerde natuurbrand in Castilla-La Mancha werd.

Ook de brand bij Los Gallardos in Almería had dramatische gevolgen. Daarbij kwamen dertien mensen om het leven. In Madrid en de aangrenzende provincie Ávila werden duizenden inwoners geëvacueerd en werd de noodsituatie van nationaal belang afgekondigd.

Ter vergelijking: over heel 2025 brandde volgens voorlopige cijfers bijna 355.000 hectare af. Dat jaar telde 63 grote natuurbranden van meer dan 500 hectare. Hoewel 2026 dat totaal nog niet heeft bereikt, behoort de verbrande oppervlakte voor deze tijd van het jaar tot de hoogste van de afgelopen decennia.

De meeste branden ontstaan door mensen

Natuurverschijnselen zoals blikseminslag veroorzaken maar een beperkt deel van de Spaanse bosbranden. De meeste branden houden direct of indirect verband met menselijk handelen.

Het kan gaan om weggegooide sigaretten, vonken van machines, verkeerd gebruikte barbecues, werkzaamheden aan elektriciteitsleidingen of agrarische branden die uit de hand lopen. Daarnaast wordt een aanzienlijk deel van de natuurbranden bewust aangestoken.

Officiële cijfers over de periode 2006 tot en met 2015 laten zien dat ruim 80 procent van de branden een menselijke oorzaak had. Ongeveer 53 procent werd als opzettelijk aangemerkt. Vaak ging het daarbij om illegale landbouwbranden of het afbranden van vegetatie om weidegrond te vernieuwen. Klinische pyromanie vormt slechts een klein gedeelte van deze gevallen.

Regio’s geven honderden miljoenen uit

Na het bijzonder zware brandseizoen van 2025 verhoogden veel autonome regio’s hun budget voor preventie en brandbestrijding.

De regio Valencia reserveerde voor 2026 ongeveer €298 miljoen, Andalusië €271,6 miljoen, Castilla y León €222,7 miljoen en Galicië €213 miljoen. Castilla-La Mancha verhoogde het budget met €10 miljoen tot ongeveer €126 miljoen. De regio Madrid stelde €52,2 miljoen beschikbaar.

Met dit geld worden onder meer extra brandweerlieden en bosbrigades ingezet, contractperiodes verlengd en voertuigen, helikopters en blusvliegtuigen aangeschaft. Ook worden brandgangen onderhouden, bermen gemaaid, struikgewas verwijderd en gecontroleerde begrazing en preventieve verbranding toegepast.

In Madrid werd voorafgaand aan de zomer op ruim 5.600 hectare preventief bosbeheer uitgevoerd. Daarnaast begon de landelijke zomercampagne tegen natuurbranden dit jaar al op 1 juni, eerder dan gebruikelijk.

Meer geld kan extreem vuur niet altijd stoppen

Spanje beschikt volgens bosbouwdeskundige Valentín Gómez Mampaso over een van de meest ontwikkelde organisaties voor natuurbrandbestrijding ter wereld. Toch zijn de beschikbare mensen, vliegtuigen en voertuigen niet onbeperkt.

Wanneer meerdere grote branden tegelijk ontstaan, kunnen de hulpdiensten snel overvraagd raken. Dat gebeurde in 2025 bijvoorbeeld in Castilla y León, waar in dezelfde provincie gelijktijdig vier branden van meer dan 5.000 hectare woedden.

Een ander probleem is dat ongeveer 70 procent van het Spaanse bosgebied particulier eigendom is. Veel percelen zijn klein en leveren weinig op, waardoor eigenaren niet altijd voldoende investeren in snoeiwerk, begrazing of het verwijderen van droge vegetatie.

Natte winter zorgde voor extra begroeiing

Spanje kende in 2026 een natte winter, waardoor veel gras, struiken en andere vegetatie konden groeien. Daarna volgden een relatief droog voorjaar, een zeer droge juni en meerdere perioden met extreme hitte.

Hierdoor droogde de overvloedige begroeiing snel uit. Wat enkele maanden eerder nog groene plantengroei was, veranderde daardoor in grote hoeveelheden brandbaar materiaal.

Volgens klimaatonderzoeker Cristina Santín blijven bomen, struiken en grassen door de stijgende temperaturen bovendien steeds meer dagen per jaar droog genoeg om gemakkelijk te ontbranden. Ook kunnen branden zich door langdurige hitte sneller uitbreiden en moeilijker onder controle worden gebracht.

Ontvolking vergroot het risico

De leegloop van het Spaanse platteland speelt eveneens een belangrijke rol. Landbouwgrond wordt niet meer gebruikt, vee verdwijnt en bossen worden minder intensief onderhouden.

Vroeger werden takken en hout verzameld, graasden dieren tussen de bomen en werden kleine stukken land bewerkt. Deze activiteiten zorgden voor open plekken en onderbrekingen in de vegetatie. Wanneer dat beheer verdwijnt, kunnen grote aaneengesloten gebieden met struiken, gras en bomen ontstaan.

Een brand kan zich dan zonder veel natuurlijke onderbrekingen over tientallen kilometers verspreiden. Experts benadrukken daarom dat alleen ‘de bossen schoonmaken’ geen eenvoudige oplossing is. Er is langdurig landschapsbeheer nodig, samen met landbouwers, veehouders, grondeigenaren, gemeenten en inwoners.

Meer gecontroleerde branden nodig

Sommige deskundigen vinden dat Spanje nog onvoldoende gebruikmaakt van gecontroleerde of voorgeschreven branden. Hierbij wordt onder veilige omstandigheden een beperkte hoeveelheid begroeiing weggebrand.

Deze methode kan relatief goedkoop zijn en helpt om te voorkomen dat brandbaar materiaal zich jarenlang ophoopt. Ook kunnen zo onderbrekingen in het landschap worden aangelegd die een toekomstige natuurbrand vertragen.

Dergelijke werkzaamheden kunnen echter niet overal of op ieder moment worden uitgevoerd. Ze vragen deskundige begeleiding, geschikte weersomstandigheden en voldoende personeel.

Wordt 2026 erger dan 2025?

Het is nog te vroeg om te bepalen of 2026 uiteindelijk meer schade zal veroorzaken dan het rampjaar 2025. Het verloop van een bosbrandseizoen hangt sterk af van regen, wind, temperaturen en droge onweersbuien.

Zolang betekenisvolle regen uitblijft, wordt de vegetatie steeds droger. Harde wind kan een kleine brand vervolgens binnen korte tijd veranderen in een onbeheersbaar vuurfront. Droog onweer kan bovendien op meerdere plaatsen tegelijk nieuwe branden veroorzaken.

Experts waarschuwen daarom dat augustus en september nog zwaar kunnen worden, maar benadrukken tegelijkertijd dat betrouwbare voorspellingen over de totale jaarlijkse schade niet mogelijk zijn.

Waakzaamheid blijft noodzakelijk

Inwoners en vakantiegangers moeten rekening houden met plotselinge wegafsluitingen, rookoverlast en onverwachte evacuaties. Vooral in landelijke, bergachtige en bosrijke gebieden kan een brand zich snel uitbreiden.

Wie rook of vuur ziet, moet direct 112 bellen en de aanwijzingen van de Guardia Civil, brandweer en lokale autoriteiten opvolgen. Bij een evacuatie is het belangrijk geen alternatieve route door een natuurgebied te nemen en niet terug te keren voordat de hulpdiensten daarvoor toestemming geven.

De huidige branden laten zien dat Spanje weliswaar veel investeert in bestrijding en preventie, maar dat het risico niet volledig kan worden weggenomen. Zonder structureel landschapsbeheer en verdere beperking van de klimaatopwarming zullen extreme natuurbranden waarschijnlijk steeds vaker voorkomen.

 
 
 
 

Vergelijkbare berichten