Spaanse pensioenstelsel onder druk: steeds minder werkenden per gepensioneerde

Spanje krijgt de komende decennia te maken met een sterke vergrijzing. Waar nu nog ruim twee werkenden premie betalen voor iedere gepensioneerde, zal die verhouding richting 2050 dalen tot ongeveer 1,7 à 1,8 werkenden per gepensioneerde. Tegelijkertijd neemt het aantal pensioenen sterk toe.
Voor het Spaanse pensioenstelsel vormt dat een grote uitdaging. Het systeem werkt grotendeels volgens het omslagprincipe: de sociale premies die werknemers en werkgevers vandaag betalen, worden gebruikt om de huidige pensioenen te financieren.
Babyboomgeneratie gaat massaal met pensioen
Een belangrijke oorzaak is de Spaanse babyboomgeneratie. Ongeveer 6,6 miljoen Spanjaarden die tussen 1957 en 1977 zijn geboren, bereiken de komende jaren de pensioenleeftijd.
Hierdoor neemt het aantal pensioenuitkeringen snel toe. AIReF, de onafhankelijke Spaanse begrotingswaakhond, verwacht dat het aantal pensioenen rond 2050 kan oplopen tot ongeveer 17,4 miljoen.
Vooral tussen 2025 en 2045 wordt de druk op het pensioenstelsel naar verwachting sterk groter.
Minder werkenden voor iedere gepensioneerde
Spanje profiteert momenteel nog van een sterke arbeidsmarkt. Daardoor ligt het aantal premiebetalers ten opzichte van het aantal gepensioneerden relatief hoog.
Maar deze gunstige verhouding is naar verwachting tijdelijk. Op langere termijn neemt het aantal gepensioneerden sneller toe dan het aantal mensen dat werkt en sociale premies betaalt.
Dat betekent dat iedere werkende indirect een steeds groter deel van de pensioenlasten moet dragen, tenzij Spanje erin slaagt meer mensen aan het werk te krijgen, de productiviteit sterk te verhogen of aanvullende inkomsten voor het pensioenstelsel te vinden.
Pensioenuitgaven stijgen richting 16 procent van economie
Ook de totale kosten lopen daardoor sterk op.
AIReF verwacht dat de pensioenuitgaven rond 2050 ongeveer 16,4 procent van het Spaanse bruto binnenlands product kunnen bedragen. Daarmee nemen pensioenen een steeds groter deel van de overheidsuitgaven voor hun rekening.
De begrotingswaakhond waarschuwt al langer dat de financiële houdbaarheid van het stelsel ondanks eerdere hervormingen een belangrijk aandachtspunt blijft.
Pensioenleeftijd stijgt verder
Spanje heeft de afgelopen jaren verschillende maatregelen genomen om het systeem betaalbaar te houden.
Een daarvan is de geleidelijke verhoging van de wettelijke pensioenleeftijd. Vanaf 2027 bedraagt deze in principe 67 jaar.
Wie minimaal 38 jaar en zes maanden premie heeft betaald, kan volgens de huidige regeling nog op 65-jarige leeftijd met volledig pensioen. Wie minder premiejaren heeft opgebouwd, moet langer wachten.
Daarnaast probeert de overheid werknemers te stimuleren om vrijwillig langer door te werken.
Extra premie om toekomstige pensioenen te financieren
Sinds enkele jaren bestaat ook het Mecanismo de Equidad Intergeneracional (MEI). Dit is een aanvullende sociale premie waarmee extra geld wordt opgebouwd om de grote pensioenuitgaven van de babyboomgeneratie gedeeltelijk op te vangen.
In 2026 bedraagt deze aanvullende premie 0,9 procent van de premiegrondslag. Werkgevers betalen daarvan het grootste gedeelte. De premie wordt de komende jaren verder verhoogd.
Het geld wordt toegevoegd aan het reservefonds van de Spaanse sociale zekerheid en moet helpen om de financiële piek rond de pensionering van de babyboomers op te vangen.
Meer werkenden blijft cruciaal
Een belangrijke factor is hoeveel mensen in Spanje daadwerkelijk werken en premies betalen.
Een hogere arbeidsparticipatie onder vrouwen, jongeren en oudere werknemers kan de verhouding tussen premiebetalers en gepensioneerden verbeteren.
Ook arbeidsmigratie speelt hierbij een rol. Nieuwe werknemers die in Spanje werken en sociale premies betalen, leveren inkomsten op voor de Seguridad Social.
Toch kan migratie alleen de vergrijzing niet volledig oplossen. Ook hogere productiviteit, meer werkgelegenheid en langer doorwerken zullen waarschijnlijk noodzakelijk blijven.
Wat betekent dit voor Nederlanders en Belgen in Spanje?
Voor Nederlanders en Belgen die in Spanje werken en daar sociale premies betalen, gelden dezelfde Spaanse pensioenregels als voor Spaanse werknemers.
De jaren waarin iemand in Spanje pensioenpremies betaalt, leveren Spaanse pensioenrechten op. Binnen de Europese Unie kunnen verzekerings- en arbeidsjaren uit verschillende EU-landen bovendien worden meegeteld bij het bepalen of iemand aan de voorwaarden voor een pensioen voldoet.
Voor Nederlanders die al AOW ontvangen en in Spanje wonen, heeft de financiële situatie van het Spaanse pensioenstelsel geen directe invloed op hun Nederlandse AOW.
Spaanse pensioenen verdwijnen niet zomaar
De daling naar ongeveer 1,7 werkenden per gepensioneerde betekent niet dat Spaanse pensioenen in 2050 verdwijnen.
Wel betekent het dat de overheid de komende decennia steeds meer geld nodig heeft om hetzelfde pensioenstelsel te financieren.
De discussie zal daarom waarschijnlijk blijven draaien om langer werken, hogere premie-inkomsten, meer werkgelegenheid en de vraag hoeveel van de Spaanse economie aan pensioenen kan worden besteed.
Met miljoenen babyboomers die de komende jaren met pensioen gaan, wordt de periode tot ongeveer 2050 een belangrijke test voor de houdbaarheid van het Spaanse pensioenstelsel.
