Spanje zet miljarden in op groene waterstof: wordt het de nieuwe energieleider van Europa?

Spanje zet steeds nadrukkelijker in op groene waterstof als nieuwe pijler van zijn economie. In Huelva is deze maand begonnen met een van de grootste waterstofprojecten van Europa. De Spaanse regering heeft inmiddels meer dan €3 miljard aan publieke steun verdeeld over ruim 120 projecten en wil van het land een belangrijk productie- en exportcentrum voor hernieuwbare waterstof maken.
De ambities zijn groot, maar succes is allerminst gegarandeerd. Groene waterstof is nog relatief duur, grote afnemers moeten zich nog vastleggen en ook de benodigde pijpleidingen en elektriciteitsnetten moeten de komende jaren fors worden uitgebreid.
Groot project van start in Huelva
Een van de belangrijkste projecten wordt ontwikkeld door energiebedrijf Moeve, het voormalige Cepsa, in Palos de la Frontera in de provincie Huelva.
De eerste fase van de Andalusische Groene Waterstofvallei vergt een investering van ongeveer €1 miljard. De installatie krijgt aanvankelijk 300 megawatt aan elektrolysecapaciteit en kan later worden uitgebreid tot ongeveer 405 megawatt.
Volgens de Spaanse regering moet deze eerste fase jaarlijks ongeveer 50.000 ton hernieuwbare waterstof kunnen produceren.
De volledige waterstofvallei in Huelva en Cádiz kan uiteindelijk groeien naar:
-
2.000 megawatt elektrolysecapaciteit
-
ongeveer €3 miljard aan investeringen
-
maximaal 300.000 ton groene waterstof per jaar.
Wat is groene waterstof?
Waterstof is geen energiebron zoals zon of wind, maar een manier om energie op te slaan en te vervoeren.
Bij groene waterstof wordt elektriciteit uit bijvoorbeeld zonnepanelen of windmolens gebruikt om via elektrolyse water te splitsen in waterstof en zuurstof.
Wanneer daarvoor hernieuwbare elektriciteit wordt gebruikt, ontstaat vrijwel geen CO₂ tijdens de productie.
Dat verschilt van de meeste waterstof die momenteel in de industrie wordt gebruikt. Die wordt nog voornamelijk uit aardgas geproduceerd en veroorzaakt daarbij aanzienlijke CO₂-uitstoot.
Waarom juist Spanje?
Spanje heeft een belangrijk voordeel: veel zon en wind en daardoor relatief goedkope hernieuwbare elektriciteit.
Dat is essentieel omdat elektriciteit een groot deel van de productiekosten van groene waterstof bepaalt.
Daarnaast beschikt Spanje over grote havens, zware industrie, raffinaderijen en chemische bedrijven die waterstof zelf kunnen gebruiken of verwerken tot bijvoorbeeld ammoniak en synthetische brandstoffen.
Vooral gebieden als Huelva, Cádiz, Tarragona, Bilbao en Cartagena worden daarom gezien als potentiële waterstofclusters.
Niet bedoeld voor verwarming van iedere woning
Groene waterstof wordt soms gepresenteerd als vervanger voor aardgas, maar het is niet de bedoeling dat straks iedere Spaanse woning met waterstof wordt verwarmd.
Voor gewone auto’s en huishoudelijk energiegebruik is directe elektrificatie meestal efficiënter.
Waterstof wordt vooral interessant voor sectoren die moeilijk rechtstreeks elektrisch te maken zijn, zoals:
staalproductie, chemische industrie, kunstmest, zwaar transport, scheepvaart en mogelijk delen van de luchtvaart.
Waterstof kan daarbij ook worden gebruikt om synthetische brandstoffen te produceren.
Spanje heeft al meer dan €3 miljard toegezegd
De Spaanse regering beschouwt waterstof inmiddels als een strategisch industrieproject.
Premier Pedro Sánchez verklaarde op 17 september dat inmiddels meer dan €3 miljard aan publieke middelen is toegewezen aan meer dan 120 projecten voor hernieuwbare waterstof. Alleen het project van Moeve in Andalusië ontving volgens de regering meer dan €300 miljoen steun.
Madrid wil bovendien dat niet alleen de waterstof in Spanje wordt geproduceerd, maar ook zoveel mogelijk van de benodigde technologie.
Daarbij gaat het onder andere om:
elektrolysers, compressoren, leidingen, kleppen en andere onderdelen.
Het doel is dus niet alleen energieproductie, maar ook het creëren van een nieuwe Spaanse industriële sector.
Elektriciteitsnet moet enorm worden uitgebreid
Daarvoor is wel veel extra elektriciteit nodig.
De Spaanse regering heeft daarom onlangs aangekondigd tot 2030 meer dan €17 miljard te investeren in uitbreiding en versterking van het landelijke elektriciteitsnet.
Dat is belangrijk omdat nieuwe waterstoffabrieken enorme hoeveelheden stroom verbruiken.
Ook datacenters, industrie, elektrische auto’s, spoorwegen en havens vragen de komende jaren steeds meer elektriciteit.
Het elektriciteitsnet dreigt daardoor een van de belangrijkste knelpunten te worden bij de energietransitie.
Waterstof exporteren naar Noord-Europa
Spanje wil uiteindelijk niet alleen voor eigen gebruik produceren.
Een belangrijk onderdeel van de strategie is H2Med, de geplande waterstofcorridor tussen Portugal, Spanje en Frankrijk.
Een van de belangrijkste onderdelen daarvan is de onderzeese leiding BarMar, die Barcelona met Marseille moet verbinden.
Via verdere verbindingen moet Spaanse en Portugese waterstof uiteindelijk ook industriegebieden in Frankrijk en Duitsland kunnen bereiken.
De Europese Commissie ziet deze zuidwestelijke waterstofcorridor als strategische infrastructuur voor de Europese energietransitie.
H2Med moet rond 2030 operationeel worden
Volgens de huidige Europese planning moet de verbinding Barcelona-Marseille rond eind 2029 beschikbaar kunnen zijn, terwijl andere delen van de corridor richting 2030 worden ontwikkeld.
Maar zulke grote infrastructuurprojecten kunnen vertraging oplopen.
De Europese Commissie erkende eerder al dat de ontwikkeling van de waterstofcorridor wordt geremd door onder meer onzekerheid over de toekomstige vraag, financiering en regelgeving.
Grootste probleem: wie gaat alle waterstof kopen?
Dat is waarschijnlijk de belangrijkste vraag voor de komende jaren.
Waterstofprojecten kosten miljarden en kunnen alleen rendabel worden wanneer bedrijven zich voor langere tijd verbinden aan de afname.
Veel ondernemingen wachten echter af omdat groene waterstof voorlopig meestal duurder is dan conventionele waterstof uit aardgas.
Producenten willen daarom zekerheid over toekomstige klanten voordat zij investeren, terwijl klanten juist lagere prijzen willen voordat zij contracten afsluiten.
Dat zorgt voor een klassiek kip-en-eiprobleem.
Nog altijd afhankelijk van subsidies
Groene waterstof is momenteel in veel toepassingen nog niet concurrerend zonder overheidssteun, belastingvoordelen of klimaatregels.
De verwachting is dat de prijs daalt wanneer elektrolysers goedkoper worden en projecten groter worden.
Maar hoe snel dat gebeurt is onzeker.
Ook gasprijzen, CO₂-heffingen en elektriciteitsprijzen bepalen uiteindelijk of groene waterstof economisch aantrekkelijk wordt.
Niet overal enthousiast ontvangen
Daarnaast bestaan lokaal bezwaren tegen nieuwe waterstofprojecten.
Grote installaties vragen veel ruimte, elektriciteit en water en kunnen nieuwe hoogspanningslijnen, pijpleidingen en zonne- of windparken noodzakelijk maken.
Bewoners in verschillende Spaanse regio’s hebben daarom zorgen geuit over landschap, waterverbruik en mogelijke gevolgen voor natuurgebieden.
Dat betekent dat ook vergunningprocedures en lokaal draagvlak bepalen hoe snel de plannen werkelijkheid worden.
Kan Spanje echt energieleider worden?
Spanje beschikt in ieder geval over enkele sterke uitgangsposities.
Het land heeft grote hoeveelheden zonne- en windenergie, relatief veel beschikbare ruimte, grote zeehavens en een industrie die zelf aanzienlijke hoeveelheden waterstof kan gebruiken.
Daarnaast ligt Spanje geografisch gunstig tussen Noord-Afrika, de Atlantische Oceaan en de rest van Europa.
Daar staat tegenover dat de Europese markt voor groene waterstof nog in de kinderschoenen staat.
De pijpleidingen moeten grotendeels nog worden gebouwd, productiekosten moeten verder dalen en bedrijven moeten bereid zijn langdurige afnamecontracten af te sluiten.
Van energie-importeur naar exporteur?
Voor Spanje zou succes een historische verandering betekenen.
Het land importeert traditioneel grote hoeveelheden olie en aardgas. Met zonne- en windenergie en vervolgens groene waterstof hoopt Spanje juist een exporteur van energie te worden.
De start van het miljardenproject in Huelva laat zien dat een deel van die plannen inmiddels daadwerkelijk wordt gebouwd.
Maar pas richting het einde van dit decennium zal duidelijk worden of groene waterstof werkelijk uitgroeit tot een grote nieuwe Spaanse industrie – of dat een deel van de enorme investeringsplannen uiteindelijk kleiner uitvalt dan nu wordt gehoopt.
